|
|
|
|
 |
BOORDGELD |
 |
| |
|
|
|
|
HET
BOORDGELD VAN DE KONINKLIJKE ROTTERDAMSCHE LLOYD |
|
Tekst en
afbeeldingen: Ab
Verhoef boordgeldverzamelaar te Rotterdam, website:www.boordgeld.nl
Lay-out: Ed van Lierde,
KRL-Museum |

|
HET
BOORDGELD ALS NOODGELD |
DE
GELDZUIVERING
Het ontstaan van het
boordgeld is het directe gevolg van de Geldzuivering
vlak na het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog.
Tijdens de Duitse bezetting was het verboden om
bankbiljetten te gebruiken die door hen niet waren
goedgekeurd. Daaronder vielen met name de biljetten die
een afbeelding of tekst hadden welke aan ons koningshuis
deed herinneren, deze bankbiljetten werden dan ook uit
de roulatie gehaald en geheel nieuwe- en enkele
aangepaste ontwerpen werden in omloop gebracht.

Zuivering van de 100 gulden biljetten
Na de bevrijding was er een enorme hoeveelheid van het
zogenoemde oorlogsgeld in omloop, ook de hoeveelheid aan
zwart geld was enorm. Uiteraard stond er geen enkele
bankgarantie tegenover al dat foute geld. Onze
nieuwgevormde regering had meteen al de moeilijke taak
om het geldverkeer weer onder controle te krijgen. Dit
kon het best opgelost worden door het kapitaal van
iedereen te bevriezen, men moest zijn kapitaal kunnen
verantwoorden anders werd het in beslag genomen.
Gelijktijdig kwam er geheel nieuw ontworpen geld in
omloop, zodat meteen ook al het opgepotte zwarte geld
niets meer waard zou zijn. De zogenoemde "Geldzuivering"
had bij deze haar intrede gedaan! Het voorbereiden en
uitvoeren van deze geldzuivering was natuurlijk een
omvangrijke en tijdrovende klus.
|
|
GEVOLGEN VAN DE GELDZUIVERING VOOR DE SCHEEPVAART |
|
De geldzuivering had
mede tot gevolg dat er tijdens deze gehele periode in
principe ook geen geld mocht worden uitgevoerd, alleen
onder strenge bepalingen waren hierop enkele
uitzonderingen. Het verbod tot uitvoer van Nederlands
geld zou voor de internationale scheepvaart voor een
groot probleem gaan zorgen, want juist in deze periode
voeren veel schepen op Nederlands Indië voor het
transporteren van grote aantallen militairen, emigranten
en repatrianten. In onze overzeese kolonie was het
namelijk alles behalve rustig, de Japanners waren
weliswaar gecapituleerd, maar de Indische republikeinen
zorgden voor nieuwe onlusten, zij wilden na de Japanse
capitulatie zo snel mogelijk onafhankelijk worden van
Nederland. De zogenaamde Bersiapperiode brak aan, welke
werd beantwoord door de Politionele Acties van
Nederlandse zijde. Voor het transporteren van grote
groepen militairen naar Nederlands Indië en het mee
terugnemen van vele duizenden repatrianten en
emigranten, moesten door het Ministerie van Oorlog een
groot aantal schepen worden ingezet. Deze schepen werden
ingehuurd bij de drie belangrijkste Nederlandse
scheepvaartmaatschappijen, die de verzorging van de vele
reizen voor hun rekening zouden nemen. |
|
|
Dat waren de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd (KRL), de
Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN) en de Holland
Amerika Lijn (HAL).
|
|
 |
 |
 |
|
De speciaal hiervoor ingerichte troepentransportschepen,
vaak omgebouwde vracht- en passagiersschepen, zouden per
reis vele honderden passagiers kunnen vervoeren. Van enkele
schepen is bekend dat ze een capaciteit van ruim vijfduizend
militairen hadden. Zo’n reis duurde gemiddeld drie tot vier
weken en soms ook langer, dat was uiteraard afhankelijk van
het aantal havens dat werd aangelopen, maar ook van het type
schip en of onderweg averij werd opgelopen. |
|

De
terugkeer-tegel |
|
WAARDEBONNEN EN MUNTEN ALS BOORDGELD |
|
DE
WAARDEBONNEN
Tijdens deze reizen was het wel van groot belang dat er
een betaalmiddel voor handen zou zijn, zodat men aan boord
de nodige inkopen kon doen bij de CADI en/of de
scheepswinkel, ook moest er betaald kunnen worden voor
bepaalde diensten zoals bijvoorbeeld de kapper en de
fotograaf. Er werd dan ook een “Noodbetaalmiddel” in het
leven geroepen en dit nieuwe geld werd heel toepasselijk
boordgeld, of ook wel scheepsgeld genoemd. Dit nieuw
ontworpen noodgeld werd zowel in de vorm van biljetjes als
munten uitgegeven. De biljetjes kregen het principe van een
waardebon, dat wil zeggen dat men ze na afloop van de reis
weer kon inwisselen voor de gangbare valuta, dit gold
natuurlijk ook voor de munten. De Koninklijke Rotterdamsche
Lloyd was echter de enige maatschappij die geen munten heeft
uitgebracht!
De uitvoering van de biljetjes was simpel van opzet en
de waarde van de coupures liep op van 1 cent tot 25
gulden. De lagere coupures van 5 cent, 10 cent, 25 cent
en 1 gulden waren het meest voorkomend in het
scheepsbetalingsverkeer. De drie Nederlandse
scheepvaartmaatschappijen hadden wel ieder hun eigen
boordgeld ontworpen, dat in eigen beheer gedrukt en
uitgegeven werd. De biljetjes van de KRL en de HAL
hebben veel gemeen met elkaar, de SMN daarentegen had
een totaal ander ontwerp. Om voor de hand liggende
redenen beperken wij ons op deze website tot het
boordgeld dat door de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd
werd uitgegeven. |
|
BOORDGELD
VAN DE KONINKLIJKE ROTTERDAMSCHE LLOYD |
|
In de beginperiode dat de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd
het papieren boordgeld uitgaf (begin 1948) werd de
toevoeging "Koninklijke" op de biljetjes nog niet gebruikt,
het betreft hier nog de naam "N.V. ROTTERDAMSCHE LLOYD".
DE
EERSTE SERIE
1. 5 cent - crèmekleurige ondergrond met 2 tinten
bruin.
2. 10 cent - crèmekleurige ondergrond met 2 tinten groen.
3. 25 cent - crèmekleurige ondergrond met 2 tinten
zandrood.
Het
ontwerp voor deze serie was verder voor iedere coupure
gelijk en eenzijdig gedrukt. Een datum, serieletters en/of
scheepsnaam werd niet vermeld. Wel is er een variant van
deze serie bekend, waarbij onderaan het biljet een witte
tekstbalk werd toegevoegd, met daarin de tekst:
"ms Willem
Ruys, geldig tot 2/4 1948". De biljetjes van deze serie
werden per bonboekje uitgegeven, waaruit dan zo’n
coupon/biljetje kon worden gescheurd. Dus is deze eerste
serie aan de linkerzijde voorzien van een kartelrandje.

Rotterdamsche Lloyd
5 cent, hier nog zonder "Koninklijke"
DE TWEEDE
SERIE
Vanaf 1948 werd er bij de
Koninklijke Rotterdamsche LloydK. een tweede serie met een
geheel nieuw ontwerp uitgebracht, nu wél met de toevoeging
"Koninklijke", dus "KONINKLIJKE ROTTERDAMSCHE LLOYD N.V".
Bij deze serie vervielen de bonboekjes en werden er los
gedrukte biljetjes in omloop gebracht. Dit nieuwe ontwerp
leek in het geheel niet op de oude uivoering en werd
onderverdeeld in twee hoofdgroepen. Dat zijn de zogenoemde
"Algemene biljetjes" welke een
standaardtekst hebben en de "Biljetjes
op naam" welke onderling verschillen van tekst
doordat alleen op de laatste groep, reisgegevens werden
vermeld. Verder werd het aantal coupures uitgebreid met vier
toegevoegde waardes. Hieronder de uitgegeven coupures, die
alle zeven op hetzelfde lichtcrème papier gedrukt werden.
5 cent - licht- en
donkerrode tekst.
10 cent - licht- en donkerblauwe tekst.
25 cent - licht- en donkerbruine tekst.
1,00 gulden - rose onderdruk en donkergroene tekst.
2,50 gulden - lichtgroene onderdruk en donkergroene tekst.
10,00 gulden - rode onderdruk en lila tekst.
25,00 gulden - lila onderdruk en rood/bruine tekst.
De coupures van een gulden en hoger waren iets groter van
formaat dan de drie lagere coupures. |
|
DE MEEST
BEKENDE VARIANTEN |
|
In
de jaren dat bij de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd het
boordgeld in gebruikt was, is er een groot aantal varianten
in omloop gekomen. De verschillen zijn hoofdzakelijk te
vinden in de tekst die regelmatig moest worden aangepast.
Die verschillen kunnen uiteenlopen van extra toegevoegde
reisgegevens tot kleine aanpassingen in de tekst. Hieronder
wordt een aantal belangrijke varianten besproken, die in
twee hoofdgroepen worden verdeeld, namelijk de
"algemene biljetjes" en de
"biljetjes op naam".
|
|
ALGEMENE BILJETJES |
|
Dit
zijn de biljetjes waarop het minimale aan reisinformatie was
vermeld. Groot voordeel van deze biljetjes was dat ze voor
meerdere reizen gebruikt konden worden, dat scheelde
natuurlijk behoorlijk wat drukwerk. Hieronder de
verschillende uitvoeringen die bij deze series voorkwamen:
1. Op deze biljetjes werd twee keer de letter
T vermeld, deze
T staat voor Thuisreis. Om een
onbekende reden werd alleen de T
van thuisreis gebruikt, dit voor zowel de heen als de
terugreis:

2. Vanaf april 1950 werd vermeld dat het om Nederlandse
valuta ging (Nederlands Courant):

3. Ook wordt vermeld of het boordgeld uitsluitend geldig is
aan boord van “bijzondere gecharterde schepen” (boven), of
uitsluitend aan boord van “bijzondere troepenvervoerende
schepen” (onder):

4. Er komen bij de algemene biljetjes
slechts 2 serieletter combinaties voor, namelijk de
WSU-serie voor de bijzondere
gecharterde schepen en de
KZM-serie voor bijzondere
troepenvervoerende schepen.
5. Op de biljetjes voor het troepenvervoer (KZM-serie)
stond vermeld dat de biljetjes na afloop van de reis
verzilverbaar bij de administrateur van het troepenonderdeel
waren. Op de biljetjes voor de bijzonder gecharterde schepen
(WSU-serie) was geen
verzilvering clausule vermeld:

|
|
BILJETJES
OP NAAM |
|
Aan
de tekst van deze biljetjes werden nog wat extra
reisgegevens toegevoegd. Uiteraard konden deze biljetjes
hierdoor alleen gebruikt worden voor de reis welke in de
tekst vermeld stond:
1. Bij deze biljetjes werd wel vermeld of het een Uitreis of
een Thuisreis betrof, hieronder de U
voor Uitreis.

2. Vermelding van de scheepsnaam
waarop het biljetje geldig was.

3. De vermoedelijke “ca.”
eindereisdatum, dit omdat de biljetjes ruim van te
voren werden gedrukt en de reisduur kon uitlopen.

4. Verschillende verzilveringclausules,
deze gaven aan hoe en wanneer het overgebleven boordgeld kon
worden ingewisseld. Ook zijn er reizen geweest waarbij het
boordgeld niet kon worden ingewisseld.

5. Iedere reis kreeg ook haar eigen
serieletter-combinatie, dit voor zowel de uit- als
thuisreis.
 |
|
VARIANT IN
NEDERLANDS COURANT |
|
Hieronder twee algemene biljetjes van de
KZM-serie die onderling
verschillen door de toevoeging van de letters
"NED. CRT." (Nederlands
Courant). Deze vermelding werd omstreeks eind
april 1950 ingevoerd, de reden
hiervoor was dat er steeds meer passagiers meereisden die
niet van Nederlandse afkomst waren, het moest daarom wel
duidelijk worden of het hier wel of niet om Nederlandse
valuta ging. Zo kwam er bijvoorbeeld ook een
"Amerikaans courant" voor op de
biljetjes van de extra ingehuurde Amerikaanse schepen de
zogenoemde "Generals" en het
$-teken (dollarcenten) zoals op
de biljetjes van het ms Veendam van de HAL.
|

KZM-serie 10 cent,
zonder "NED. CRT." |

KZM-serie 10 cent,
met
"NED. CRT." |
|
VARIANTEN
IN GELDIGHEIDSTEKST |
|
Deze tekst staat vlak onder, "T SHIP'S
MONEY T" bovenaan het biljet, het betreft dus de
Engelstalige tekst van 2 of 3 regels. De extra derde regel
is ontstaan doordat er in de tekst “in
military canteen” werd toegevoegd. Hieruit kan worden
opgemaakt dat deze biljetjes op reizen voor
militairtransport werden gebruikt.
|

KZM-serie 5 cent, met
2
geldigheidsregels |

KZM-serie 5 cent, met
3
geldigheidsregels |
|
EEN
VARIANT IN SERIELETTERS |
|
De laatste belangrijke variant bij de algemene biljetjes is
de serielettercombinatie:
“WSU”. Ook de tekst op deze
biljetjes is duidelijk anders dan die van de
KZM-serie. Zo werd er hier
melding gemaakt dat het om bijzonder
gecharterde schepen ging, terwijl de
KZM-serie het over bijzondere
troepenvervoerende schepen
heeft.
|

WSU-serie 5 cent
De
KZM-serie heeft zijn tekst dus
duidelijk op het militaire vervoer gericht, terwijl de
WSU-serie hierover geen enkele
melding maakt. |
|
BILJETJES
OP SCHEEPSNAAM |
|
De
biljetjes op scheepsnaam werden ten aanzien van de algemene
biljetjes van nog meer gegevens voorzien, het betreft
gegevens over de reis welke het schip maakte. Deze extra
toevoegingen zijn: a. de scheepsnaam b. de geplande
eindereisdatum c. verschillende serieletters per reis,
verder werd ook weer de vermelding gedaan of het om een uit-
of thuisreis ging. De biljetjes op scheepsnaam hadden
hierdoor, ten opzichte van de algemene biljetjes, wél het
nadeel dat ze slechts voor één reis geschikt waren!
Hieronder ziet u een viertal voorbeelden van de biljetjes op
naam met de toegevoegde reisgegevens. Let wel, er komen ook
biljetjes voor zonder de
vermelding of het om een uit- of thuisreis gaat, dus wéér
een variant! Ook was het de bedoeling dat iedere reis zijn
eigen combinatie van serieletters zou krijgen, maar zelfs
hiervan zijn ook weer uitzonderingen bekend!
|

ms Willem Ruys |
10 cent, met toegevoegde reisgegevens |
ms Kota Inten |

25 cent,
met toegevoegde reisgegevens |

ss Zuiderkruis |
1 gulden, met toegevoegde reisgegevens
|

ms Indrapoera |
2,50 gulden, met toegevoegde reisgegevens |
|
VERMOEDELIJKE EINDEREISDATUM |
|
Omdat de biljetjes al geruime tijd voor de aanvang van een
reis werden gedrukt, was het noodzakelijk om een
vermoedelijke eindereisdatum te plaatsen, deze werd
aangeduid met de letters "ca". voor de eindereisdatum. Dit
omdat de al geruime tijd van te voren gedrukte en geplande
eindereisdatum op de biljetjes nagenoeg nooit overeen kwam
met de werkelijke aankomstdatum van het schip, ook hierin is
weer een uitzondering, namelijk de biljetjes op de "Willem
Ruys". Of men bij dit schip dan wel met zekerheid de
einddatum wist te vermelden blijft een vraagteken, in ieder
geval werd er bij deze biljetjes géén vermoedelijke
eindereisdatum vermeld.
|

ms Willem Ruys |

5 cent,
zonder
toevoeging "ca", géén vermoedelijke aankomstdatum
|

ms Kota Inten |
10 cent, met toevoeging "ca",
wél een vermoedelijke aankomstdatum |

ss Zuiderkruis |

10 cent,
met toevoeging "ca",
wél een vermoedelijke aankomstdatum
|
|
Bij
de vermelding van de reisdatum is er alweer een variant, in
dit geval werd er helemaal geen
reisdatum ingevuld, maar koos men voor de tekst "16e
Thuisreis". Reden hiervoor was, dat men ten tijde van het
drukken van deze biljetjes nog geen enkel idee had wanneer
deze extra ingeplande reis zou aanvangen, laat staan
eindigen. Omdat er aan iedere scheepsreis (voor zowel de
heen als terugreis) een reisnummer werd gekoppeld, werd bij
deze biljetjes besloten om in plaats van de datum voor het
reisnummer te kiezen. Bij nader onderzoek blijkt het bij
deze biljetjes te gaan om een thuisreis vanuit Tandjong
Priok met als vertrekdatum 8 december 1950, de aankomst was
aan de Lloydkade te Rotterdam op 31 december 1950.
|

ss Zuiderkruis
|

10 cent, van de
16e
Thuisreis |
|
DE
TWEEZIJDIGE DRUK |
|
Zoals aan het begin van de
pagina al werd vermeld zijn er ook biljetjes die
tweezijdig werden bedrukt, dit
waren onder andere de biljetjes gebruikt aan boord van de
Royal Mail liner, ss Asturias. Hoewel dit schip van een
Engelse maatschappij was, had het wel geld in de
KRL-uitvoering, het schip zal dan ook ongetwijfeld zijn
gecharterd door deze maatschappij. Zij hadden aan beide
zijden dezelfde tekst, maar dan wel in respectievelijk de
Nederlandse- en de Engelse taal. Ook van de "Indrapoera" (KRL)
zijn biljetjes bekend die tweezijdig werden bedrukt, maar
dan wel alleen de twee hoogste coupures van 10 en 25 gulden,
welke op de keerzijde een afbeelding van het schip hebben."Asturias"
5 cent met de Nederlandstalige zijde.
|

ss Asturias |

5 cent, met de
Nederlandse zijde zichtbaar |
|
DIVERSE
VERZILVERINGSCLAUSULES |
|
Verder zijn er verschillende soorten tekst links onderaan de
biljetjes geplaatst, het betreft de zogenoemde
"Verzilveringsclausule".
Met deze tekst werd duidelijk gemaakt of de biljetjes, wel
of niet, waar en wanneer verzilverbaar waren, het is bij
deze clausules ook vaak duidelijk om welk soort passagiers
het ging. Bijvoorbeeld of het uitsluitend om militair
vervoer ging, of dat het juist om een reis met militairen en
burgers samen ging, biljetjes zonder verzilveringsclausule
komen ook voor, bijvoorbeeld de serie WSU. |

ss Waterman |

5 cent, clausule via
administrateur troepenonderdeel |

ms Willem Ruys |

5 cent, clausule
niet
verzilverbaar |

ms Sibajak |

10 cent, clausule voor
zowel militairen als
burger passagiers |
|
ZONDER
VERZILVERINGSCLAUSULE |
|

WSU serie 25 cent,
zonder clausule
|
|
De
Koninklijke Rotterdamsche Lloyd was de enige maatschappij
die zowel de "biljetjes op naam" als de "algemene biljetjes"
heeft uitgebracht.
|
|
DE
BALI-CRUISE VAN DE WILLEM RUYS DIE NIET DOORGING |
|

|
|
In
veel opzichten is deze serie, uitgegeven door de Koninklijke
Rotterdamsche Lloyd, afwijkend van de eerder uitgebrachte
series boordgeld.
1. Deze serie van 6 coupures, welke tevens de laatst
uitgebrachte serie zou worden, werd voor een heel ander
soort reis gebruikt dan al zijn voorgangers. Die werden
namelijk gebruikt als noodgeld op de reizen bestemd voor
militairen, emigranten en/of repatriantenvervoer. Deze
laatste niet uitgegeven serie was bedoeld voor een luxe
cruise.
2. Het ontwerp van deze serie is in een aantal gevallen ook
behoorlijk gewijzigd, zo valt het op dat bij deze serie door
het drukwerk een wat rijkere uitstraling heeft gekregen,
maar dat het papier nog wel van dezelfde dunne kwaliteit is
als zijn voorgangers.
3. Ook week men nu voor het eerst af van de standaard
kleuren, welke men eerder al jaren had aangehouden voor
iedere coupure. De gehele tekst is nu alleen nog
Engelstalig, wat denk ik genoeg zegt over de nationaliteit
van de passagiers welke aan boord werden verwacht.
4. Er werd ook een geheel vernieuwde verzilveringsclausule
in de tekst opgenomen, maar het betrof nog wel een
Netherlands Currency, ofwel Nederlands courant.
|
   |
|
Het
betreft hier een reis welke slechts 5 dagen zou gaan duren,
namelijk van 23 tot 27 december 1957, niet echt een lange
cruise dus, welke dan ook zeker niet vanuit Nederland zou
kunnen vertrekken. Het zou een reis rond Indonesië moeten
worden, welke het eiland Bali ten westen van Java zou
aandoen. Nederland, dat na de overdracht van de
Oost-Indische koloniën aan Indonesië al geruime tijd zijn
militairen had teruggetrokken, had nog steeds slechte
betrekkingen met dat land, het betrof vooral de kwestie
Nederlands Nieuw Guinea, waarover Nederland nog steeds gezag
voerde. Indonesië en Nederland waren nog altijd in conflict
over de teruggave van het Nederlandse deel van Nieuw Guinea
en juist in de periode van de geplande Bali-cruise was de
situatie daar uiterst gespannen. De directie van de KRL
achtte het hierdoor niet verantwoord om de cruise door te
laten gaan en heeft de reis geannuleerd.

Er
is dus helemaal geen
Bali-cruise geweest en dat is dan ook de reden dat er nog
zoveel series van dat boordgeld op de markt zijn. De enorme
voorraad aan gedrukt boordgeld voor deze reis werd niet
vernietigd en is lang opgeslagen gebleven, om jaren later
alsnog massaal op de markt te komen. Je komt deze serie
momenteel veelvuldig tegen, wat het mogelijk maakt om ze
voor een paar euro te kunnen kopen. Ondanks dat is en blijft
het een serie op zich en is het zeker de moeite waard om een
dergelijke kleurrijke serie aan te schaffen.
|

Bali-cruise: 10 cent,
hier werd niet meer de standaardkleur: blauw, maar bruin
gebruikt! |

Bali-cruise: 10 gulden,
het biljetje met de hoogste waarde |
|
Copyright: KRL-Museum te Oudehorne |
|