background
affiche nederlands indie
Van het eerste zeilschip

het eerste zeilschip

Tot en met het laatste vrachtschip

het laatste vrachtschip
facebook forum
Boordgeld

 

HET BOORDGELD VAN DE

KONINKLIJKE ROTTERDAMSCHE LLOYD

Tekst en afbeeldingen: Ab Verhoef boordgeldverzamelaar te Rotterdam, website: www.boordgeld.nl
Lay-out: Ed van Lierde, KRL-Museum

 

 

HET BOORDGELD ALS NOODGELD


DE GELDZUIVERING

Het ontstaan van het boordgeld is het directe gevolg van de Geldzuivering vlak na het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Duitse bezetting was het verboden om bankbiljetten te gebruiken die door hen niet waren goedgekeurd. Daaronder vielen met name de biljetten die een afbeelding of tekst hadden welke aan ons koningshuis deed herinneren, deze bankbiljetten werden dan ook uit de roulatie gehaald en geheel nieuwe- en enkele aangepaste ontwerpen werden in omloop gebracht.

Zuivering van de 100 gulden biljetten

Na de bevrijding was er een enorme hoeveelheid van het zogenoemde oorlogsgeld in omloop, ook de hoeveelheid aan zwart geld was enorm. Uiteraard stond er geen enkele bankgarantie tegenover al dat foute geld. Onze nieuwgevormde regering had meteen al de moeilijke taak om het geldverkeer weer onder controle te krijgen. Dit kon het best opgelost worden door het kapitaal van iedereen te bevriezen, men moest zijn kapitaal kunnen verantwoorden anders werd het in beslag genomen. Gelijktijdig kwam er geheel nieuw ontworpen geld in omloop, zodat meteen ook al het opgepotte zwarte geld niets meer waard zou zijn. De zogenoemde "Geldzuivering" had bij deze haar intrede gedaan! Het voorbereiden en uitvoeren van deze geldzuivering was natuurlijk een omvangrijke en tijdrovende klus.
 

GEVOLGEN VAN DE GELDZUIVERING VOOR DE SCHEEPVAART

 
De geldzuivering had mede tot gevolg dat er tijdens deze gehele periode in principe ook geen geld mocht worden uitgevoerd, alleen onder strenge bepalingen waren hierop enkele uitzonderingen. Het verbod tot uitvoer van Nederlands geld zou voor de internationale scheepvaart voor een groot probleem gaan zorgen, want juist in deze periode voeren veel schepen op Nederlands Indië voor het transporteren van grote aantallen militairen, emigranten en repatrianten. In onze overzeese kolonie was het namelijk alles behalve rustig, de Japanners waren weliswaar gecapituleerd, maar de Indische republikeinen zorgden voor nieuwe onlusten, zij wilden na de Japanse capitulatie zo snel mogelijk onafhankelijk worden van Nederland. De zogenaamde Bersiapperiode brak aan, welke werd beantwoord door de Politionele Acties van Nederlandse zijde. Voor het transporteren van grote groepen militairen naar Nederlands Indië en het mee terugnemen van vele duizenden repatrianten en emigranten, moesten door het Ministerie van Oorlog een groot aantal schepen worden ingezet. Deze schepen werden ingehuurd bij de drie belangrijkste Nederlandse scheepvaartmaatschappijen, die de verzorging van de vele reizen voor hun rekening zouden nemen.
Dat waren de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd (KRL), de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN) en de Holland Amerika Lijn (HAL).
 

 
De speciaal hiervoor ingerichte troepentransportschepen, vaak omgebouwde vracht- en passagiersschepen, zouden per reis vele honderden passagiers kunnen vervoeren. Van enkele schepen is bekend dat ze een capaciteit van ruim vijfduizend militairen hadden. Zo’n reis duurde gemiddeld drie tot vier weken en soms ook langer, dat was uiteraard afhankelijk van het aantal havens dat werd aangelopen, maar ook van het type schip en of onderweg averij werd opgelopen.

De terugkeer-tegel

 

WAARDEBONNEN EN MUNTEN ALS BOORDGELD

DE WAARDEBONNEN

Tijdens deze reizen was het wel van groot belang dat er een betaalmiddel voor handen zou zijn, zodat men aan boord de nodige inkopen kon doen bij de CADI en/of de scheepswinkel, ook moest er betaald kunnen worden voor bepaalde diensten zoals bijvoorbeeld de kapper en de fotograaf. Er werd dan ook een “Noodbetaalmiddel” in het leven geroepen en dit nieuwe geld werd heel toepasselijk boordgeld, of ook wel scheepsgeld genoemd. Dit nieuw ontworpen noodgeld werd zowel in de vorm van biljetjes als munten uitgegeven. De biljetjes kregen het principe van een waardebon, dat wil zeggen dat men ze na afloop van de reis weer kon inwisselen voor de gangbare valuta, dit gold natuurlijk ook voor de munten. De Koninklijke Rotterdamsche Lloyd was echter de enige maatschappij die geen munten heeft uitgebracht!
 

De uitvoering van de biljetjes was simpel van opzet en de waarde van de coupures liep op van 1 cent tot 25 gulden. De lagere coupures van 5 cent, 10 cent, 25 cent en 1 gulden waren het meest voorkomend in het scheepsbetalingsverkeer. De drie Nederlandse scheepvaartmaatschappijen hadden wel ieder hun eigen boordgeld ontworpen, dat in eigen beheer gedrukt en uitgegeven werd. De biljetjes van de KRL en de HAL hebben veel gemeen met elkaar, de SMN daarentegen had een totaal ander ontwerp. Om voor de hand liggende redenen beperken wij ons op deze website tot het boordgeld dat door de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd werd uitgegeven.

 

BOORDGELD VAN DE KONINKLIJKE ROTTERDAMSCHE LLOYD

 
In de beginperiode dat de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd het papieren boordgeld uitgaf (begin 1948) werd de toevoeging "Koninklijke" op de biljetjes nog niet gebruikt, het betreft hier nog de naam "N.V. ROTTERDAMSCHE LLOYD".

DE EERSTE SERIE
1. 5 cent  - crèmekleurige ondergrond met 2 tinten bruin.
2. 10 cent - crèmekleurige ondergrond met 2 tinten groen.
3. 25 cent - crèmekleurige ondergrond met 2 tinten zandrood.
 
Het ontwerp voor deze serie was verder voor iedere coupure gelijk en eenzijdig gedrukt. Een datum, serieletters en/of scheepsnaam werd niet vermeld. Wel is er een variant van deze serie bekend, waarbij onderaan het biljet een witte tekstbalk werd toegevoegd, met daarin de tekst: "ms Willem Ruys, geldig tot 2/4 1948". De biljetjes van deze serie werden per bonboekje uitgegeven, waaruit dan zo’n coupon/biljetje kon worden gescheurd. Dus is deze eerste serie aan de linkerzijde voorzien van een kartelrandje.
 

Rotterdamsche Lloyd 5 cent, hier nog zonder "Koninklijke"
 

DE TWEEDE SERIE
Vanaf 1948 werd er bij de Koninklijke Rotterdamsche LloydK. een tweede serie met een geheel nieuw ontwerp uitgebracht, nu wél met de toevoeging "Koninklijke", dus "KONINKLIJKE ROTTERDAMSCHE LLOYD N.V". Bij deze serie vervielen de bonboekjes en werden er los gedrukte biljetjes in omloop gebracht. Dit nieuwe ontwerp leek in het geheel niet op de oude uivoering en werd onderverdeeld in twee hoofdgroepen. Dat zijn de zogenoemde "Algemene biljetjes" welke een standaardtekst hebben en de "Biljetjes op naam" welke onderling verschillen van tekst doordat alleen op de laatste groep, reisgegevens werden vermeld. Verder werd het aantal coupures uitgebreid met vier toegevoegde waardes. Hieronder de uitgegeven coupures, die alle zeven op hetzelfde lichtcrème papier gedrukt werden.
 
5 cent - licht- en donkerrode tekst.
10 cent - licht- en donkerblauwe tekst.
25 cent - licht- en donkerbruine tekst.
1,00 gulden - rose onderdruk en donkergroene tekst.
2,50 gulden - lichtgroene onderdruk en donkergroene tekst.
10,00 gulden - rode onderdruk en lila tekst.
25,00 gulden - lila onderdruk en rood/bruine tekst.
 
De coupures van een gulden en hoger waren iets groter van formaat dan de drie lagere coupures.

 

DE MEEST BEKENDE VARIANTEN

In de jaren dat bij de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd het boordgeld in gebruikt was, is er een groot aantal varianten in omloop gekomen. De verschillen zijn hoofdzakelijk te vinden in de tekst die regelmatig moest worden aangepast. Die verschillen kunnen uiteenlopen van extra toegevoegde reisgegevens tot kleine aanpassingen in de tekst. Hieronder wordt een aantal belangrijke varianten besproken, die in twee hoofdgroepen worden verdeeld, namelijk de "algemene biljetjes" en de "biljetjes op naam".

ALGEMENE BILJETJES

Dit zijn de biljetjes waarop het minimale aan reisinformatie was vermeld. Groot voordeel van deze biljetjes was dat ze voor meerdere reizen gebruikt konden worden, dat scheelde natuurlijk behoorlijk wat drukwerk. Hieronder de verschillende uitvoeringen die bij deze series voorkwamen:

1. Op deze biljetjes werd twee keer de letter T vermeld, deze T staat voor Thuisreis. Om een onbekende reden werd alleen de T van thuisreis gebruikt, dit voor zowel de heen als de terugreis:



2. Vanaf april 1950 werd vermeld dat het om Nederlandse valuta ging (Nederlands Courant):
 


3. Ook wordt vermeld of het boordgeld uitsluitend geldig is aan boord van “bijzondere gecharterde schepen” (boven), of uitsluitend aan boord van “bijzondere troepenvervoerende schepen” (onder):


4. Er komen bij de algemene biljetjes slechts 2 serieletter combinaties voor, namelijk de WSU-serie voor de bijzondere gecharterde schepen en de KZM-serie voor bijzondere troepenvervoerende schepen.

5. Op de biljetjes voor het troepenvervoer (KZM-serie) stond vermeld dat de biljetjes na afloop van de reis verzilverbaar bij de administrateur van het troepenonderdeel waren. Op de biljetjes voor de bijzonder gecharterde schepen (WSU-serie) was geen verzilvering clausule vermeld:

 

 

BILJETJES OP NAAM

Aan de tekst van deze biljetjes werden nog wat extra reisgegevens toegevoegd. Uiteraard konden deze biljetjes hierdoor alleen gebruikt worden voor de reis welke in de tekst vermeld stond:


1. Bij deze biljetjes werd wel vermeld of het een Uitreis of een Thuisreis betrof, hieronder de U voor Uitreis.


2. Vermelding van de scheepsnaam waarop het biljetje geldig was.




3. De vermoedelijke “ca.” eindereisdatum, dit omdat de biljetjes ruim van te voren werden gedrukt en de reisduur kon uitlopen.



4. Verschillende verzilveringclausules, deze gaven aan hoe en wanneer het overgebleven boordgeld kon worden ingewisseld. Ook zijn er reizen geweest waarbij het boordgeld niet kon worden ingewisseld.


5. Iedere reis kreeg ook haar eigen serieletter-combinatie, dit voor zowel de uit- als thuisreis.


  

VARIANT IN NEDERLANDS COURANT

Hieronder twee algemene biljetjes van de KZM-serie die onderling verschillen door de toevoeging van de letters "NED. CRT." (Nederlands Courant). Deze vermelding werd omstreeks eind april 1950 ingevoerd, de reden hiervoor was dat er steeds meer passagiers meereisden die niet van Nederlandse afkomst waren, het moest daarom wel duidelijk worden of het hier wel of niet om Nederlandse valuta ging. Zo kwam er bijvoorbeeld ook een "Amerikaans courant" voor op de biljetjes van de extra ingehuurde Amerikaanse schepen de zogenoemde "Generals" en het $-teken (dollarcenten) zoals op de biljetjes van het ms Veendam van de HAL.

KZM-serie 10 cent, zonder "NED. CRT."

KZM-serie 10 cent, met "NED. CRT."

 

VARIANTEN IN GELDIGHEIDSTEKST 

Deze tekst staat vlak onder, "T SHIP'S MONEY T" bovenaan het biljet, het betreft dus de Engelstalige tekst van 2 of 3 regels. De extra derde regel is ontstaan doordat er in de tekst “in military canteen” werd toegevoegd. Hieruit kan worden opgemaakt dat deze biljetjes op reizen voor militairtransport werden gebruikt.

KZM-serie 5 cent, met 2 geldigheidsregels

KZM-serie 5 cent, met 3 geldigheidsregels

 

EEN VARIANT IN SERIELETTERS

De laatste belangrijke variant bij de algemene biljetjes is de serielettercombinatie: “WSU”. Ook de tekst op deze biljetjes is duidelijk anders dan die van de KZM-serie. Zo werd er hier melding gemaakt dat het om bijzonder gecharterde schepen ging, terwijl de KZM-serie het over bijzondere troepenvervoerende schepen heeft.

WSU-serie 5 cent

De KZM-serie heeft zijn tekst dus duidelijk op het militaire vervoer gericht, terwijl de WSU-serie hierover geen enkele melding maakt.

 

BILJETJES OP SCHEEPSNAAM

De biljetjes op scheepsnaam werden ten aanzien van de algemene biljetjes van nog meer gegevens voorzien, het betreft gegevens over de reis welke het schip maakte. Deze extra toevoegingen zijn: a. de scheepsnaam b. de geplande eindereisdatum c. verschillende serieletters per reis, verder werd ook weer de vermelding gedaan of het om een uit- of thuisreis ging. De biljetjes op scheepsnaam hadden hierdoor, ten opzichte van de algemene biljetjes, wél het nadeel dat ze slechts voor één reis geschikt waren!

Hieronder ziet u een viertal voorbeelden van de biljetjes op naam met de toegevoegde reisgegevens. Let wel, er komen ook biljetjes voor zonder de vermelding of het om een uit- of thuisreis gaat, dus wéér een variant! Ook was het de bedoeling dat iedere reis zijn eigen combinatie van serieletters zou krijgen, maar zelfs hiervan zijn ook weer uitzonderingen bekend!

ms Willem Ruys
   10 cent, met toegevoegde reisgegevens
ms Kota Inten

25 cent, met toegevoegde reisgegevens

ss Zuiderkruis
1 gulden, met toegevoegde reisgegevens
 
ms Indrapoera
2,50 gulden, met toegevoegde reisgegevens

 

VERMOEDELIJKE  EINDEREISDATUM

Omdat de biljetjes al geruime tijd voor de aanvang van een reis werden gedrukt, was het noodzakelijk om een vermoedelijke eindereisdatum te plaatsen, deze werd aangeduid met de letters "ca". voor de eindereisdatum. Dit omdat de al geruime tijd van te voren gedrukte en geplande eindereisdatum op de biljetjes nagenoeg nooit overeen kwam met de werkelijke aankomstdatum van het schip, ook hierin is weer een uitzondering, namelijk de biljetjes op de "Willem Ruys". Of men bij dit schip dan wel met zekerheid de einddatum wist te vermelden blijft een vraagteken, in ieder geval werd er bij deze biljetjes géén vermoedelijke eindereisdatum vermeld. 

ms Willem Ruys
5 cent, zonder toevoeging "ca", géén vermoedelijke aankomstdatum
 

ms Kota Inten
   
10 cent, met toevoeging "ca", wél een vermoedelijke aankomstdatum

ss Zuiderkruis
10 cent, met toevoeging "ca", wél een vermoedelijke aankomstdatum
 
Bij de vermelding van de reisdatum is er alweer een variant, in dit geval werd er helemaal geen reisdatum ingevuld, maar koos men voor de tekst "16e Thuisreis". Reden hiervoor was, dat men ten tijde van het drukken van deze biljetjes nog geen enkel idee had wanneer deze extra ingeplande reis zou aanvangen, laat staan eindigen. Omdat er aan iedere scheepsreis (voor zowel de heen als terugreis) een reisnummer werd gekoppeld, werd bij deze biljetjes besloten om in plaats van de datum voor het reisnummer te kiezen. Bij nader onderzoek blijkt het bij deze biljetjes te gaan om een thuisreis vanuit Tandjong Priok met als vertrekdatum 8 december 1950, de aankomst was aan de Lloydkade te Rotterdam op 31 december 1950. 

ss Zuiderkruis
10 cent, van de 16e Thuisreis

 

DE TWEEZIJDIGE DRUK

Zoals aan het begin van de pagina al werd vermeld zijn er ook biljetjes die tweezijdig werden bedrukt, dit waren onder andere de biljetjes gebruikt aan boord van de Royal Mail liner, ss Asturias. Hoewel dit schip van een Engelse maatschappij was, had het wel geld in de KRL-uitvoering, het schip zal dan ook ongetwijfeld zijn gecharterd door deze maatschappij. Zij hadden aan beide zijden dezelfde tekst, maar dan wel in respectievelijk de Nederlandse- en de Engelse taal. Ook van de "Indrapoera" (KRL) zijn biljetjes bekend die tweezijdig werden bedrukt, maar dan wel alleen de twee hoogste coupures van 10 en 25 gulden, welke op de keerzijde een afbeelding van het schip hebben."Asturias" 5 cent met de Nederlandstalige zijde.

ss Asturias
5 cent, met de Nederlandse zijde zichtbaar

 

DIVERSE VERZILVERINGSCLAUSULES

Verder zijn er verschillende soorten tekst links onderaan de biljetjes geplaatst, het betreft de zogenoemde "Verzilveringsclausule". Met deze tekst werd duidelijk gemaakt of de biljetjes, wel of niet, waar en wanneer verzilverbaar waren, het is bij deze clausules ook vaak duidelijk om welk soort passagiers het ging. Bijvoorbeeld of het uitsluitend om militair vervoer ging, of dat het juist om een reis met militairen en burgers samen ging, biljetjes zonder verzilveringsclausule komen ook voor, bijvoorbeeld de serie WSU.

ss Waterman
5 cent, clausule via administrateur troepenonderdeel

ms Willem Ruys
5 cent, clausule niet verzilverbaar

ms Sibajak
10 cent, clausule voor zowel militairen als burger passagiers


 

ZONDER VERZILVERINGSCLAUSULE

WSU serie 25 cent, zonder clausule

De Koninklijke Rotterdamsche Lloyd was de enige maatschappij die zowel de "biljetjes op naam" als de "algemene biljetjes" heeft uitgebracht.

 

DE BALI-CRUISE VAN DE WILLEM RUYS DIE NIET DOORGING

 

In veel opzichten is deze serie, uitgegeven door de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd, afwijkend van de eerder uitgebrachte series boordgeld.

1. Deze serie van 6 coupures, welke tevens de laatst uitgebrachte serie zou worden, werd voor een heel ander soort reis gebruikt dan al zijn voorgangers. Die werden namelijk gebruikt als noodgeld op de reizen bestemd voor militairen, emigranten en/of repatriantenvervoer. Deze laatste niet uitgegeven serie was bedoeld voor een luxe cruise.
2. Het ontwerp van deze serie is in een aantal gevallen ook behoorlijk gewijzigd, zo valt het op dat bij deze serie door het drukwerk een wat rijkere uitstraling heeft gekregen, maar dat het papier nog wel van dezelfde dunne kwaliteit is als zijn voorgangers.
3. Ook week men nu voor het eerst af van de standaard kleuren, welke men eerder al jaren had aangehouden voor iedere coupure. De gehele tekst is nu alleen nog Engelstalig, wat denk ik genoeg zegt over de nationaliteit van de passagiers welke aan boord werden verwacht.
4. Er werd ook een geheel vernieuwde verzilveringsclausule in de tekst opgenomen, maar het betrof nog wel een Netherlands Currency, ofwel Nederlands courant.
    
Het betreft hier een reis welke slechts 5 dagen zou gaan duren, namelijk van 23 tot 27 december 1957, niet echt een lange cruise dus, welke dan ook zeker niet vanuit Nederland zou kunnen vertrekken. Het zou een reis rond Indonesië moeten worden, welke het eiland Bali ten westen van Java zou aandoen. Nederland, dat na de overdracht van de Oost-Indische koloniën aan Indonesië al geruime tijd zijn militairen had teruggetrokken, had nog steeds slechte betrekkingen met dat land, het betrof vooral de kwestie Nederlands Nieuw Guinea, waarover Nederland nog steeds gezag voerde. Indonesië en Nederland waren nog altijd in conflict over de teruggave van het Nederlandse deel van Nieuw Guinea en juist in de periode van de geplande Bali-cruise was de situatie daar uiterst gespannen. De directie van de KRL achtte het hierdoor niet verantwoord om de cruise door te laten gaan en heeft de reis geannuleerd.


Er is dus helemaal geen Bali-cruise geweest en dat is dan ook de reden dat er nog zoveel series van dat boordgeld op de markt zijn. De enorme voorraad aan gedrukt boordgeld voor deze reis werd niet vernietigd en is lang opgeslagen gebleven, om jaren later alsnog massaal op de markt te komen. Je komt deze serie momenteel veelvuldig tegen, wat het mogelijk maakt om ze voor een paar euro te kunnen kopen. Ondanks dat is en blijft het een serie op zich en is het zeker de moeite waard om een dergelijke kleurrijke serie aan te schaffen. 

Bali-cruise: 10 cent, hier werd niet meer de standaardkleur: blauw, maar bruin gebruikt!

Bali-cruise: 10 gulden, het biljetje met de hoogste waarde