|
|
|
HET EINDE VAN DE VEREENIGDE
OOST-INDISCHE COMPAGNIE (VOC) |
|

Op
2e Kerstdag
1794, bijna 200 jaar na het
begin van de VOC, viel het doek door
een compleet faillissement. Dit werd
veroorzaakt door:
- de prijsstijging in Azië, in
verband met de concurrentie met
Engeland,
- personeelstekort,
- de 4e Engelse oorlog,
De VOC liep grote schulden op en in
1795
werd de VOC overgenomen door de stad
Amsterdam hetgeen niet alleen het
officiële einde van de VOC, maar ook
het einde van 200 jaar Nederlands
Zeevaartglorie betekende.
Rond de eeuwwisseling had het door
Lodewijk Napoleon geregeerde
Koninkrijk Holland volstrekt geen
maritieme betekenis meer. In
1806
stelde broer keizer Napoleon
Bonaparte het “Continentale stelsel”
in, hetgeen betekende dat geen
handel met Engeland mocht worden
gedreven, dit verlamde vervolgens de
Hollandse havens en scheepvaart, een
lange periode van Hollands glorie op
de wereld zeeën was daarmee verleden
tijd! Holland werd in
1810
bij het Franse keizerrijk ingelijfd,
verloor haar laatste kolonie aan de
Engelsen en armoede heerste alom!
|
|
HET BEGIN VAN EEN NIEUW TIJDPERK |
|
|
|
In
1813
werd de onafhankelijkheid van
Nederland weer hersteld en in de
periode dat Nederland er 10
onafhankelijkheidsjaren erop had
zitten, keerde het roemruchte
Hollandse commerciële elan langzaam
maar zeker weer terug. In
1824
werd de “Nederlandsche
Handel-Maatschappij” opgericht en
voor ondernemende jongelui was er in
de grote stad weer werk.
De 20-jarige Jacob van Ulphen en de
19-jarige Willem Ruys besloten in
1828 te
Amsterdam samen te gaan werken in
een Cargadoor-/expediteur-/ assurantiebedrijfje.
WILLEM RUYS - ZEILVAART


In november 1838
werd bij scheepswerf "Fop Smit" te Kinderdijk de
kiel gelegd voor de eerste "Oostinjevaarder" van
Willem Ruys J.D.zn., het driemast-barkschip: "Cornelis
Wernard Eduard". Willem Ruys J.D.zn. gaf met deze
opdracht blijk van zijn belangstelling voor de
vaart op Nederlands Indië. Het is verassend te
noemen dat de heer Ruys, datzelfde jaar (1840), nauwelijks 5 maanden na
de tewaterlating van de "Cornelis Wernard Eduard",
ook al de kiel liet leggen voor het zeilschip:
"Jan Daniël".

Het eerste barkschip
"Cornelis Wernard Eduard" -
1839
WILLEM RUYS & ZOONEN

Op
27 juni 1835 werd de oudste zoon van
Willem Ruys J.D.zn. en zijn
echtgenote Jeanette Ruys-Los
geboren. De nieuwe telg werd genoemd
naar zijn grootvader Jan Daniël Ruys.
Hun tweede kind kwam op 17 maart
1837 ter wereld, het was opnieuw een
zoon die naar zijn vader, dus Willem
W. zn. ging heten. Tot slot zag op
25 juli 1841 de derde zoon, Daniël
Theodorus Ruys het levenslicht.

Het complete gezin Ruys in 1847.
Vlnr. Willem Jr., Jan, Willem Sr.,
Jeanette en Daan.
In
december 1860
richtte Vader Willem samen met zijn zoon,
Willem Ruys W.zn, de firma Willem
Ruys & Zoonen op.
Op
15 maart 1867
treed Willem Sr. officieel terug uit
de zaken en gaat met Jeanette in Den
Haag wonen. In
1868 worden de bevrachtings- werkzaamheden ondergebracht in een
aparte firma, Ruys & Co.
Daniël Theodorus Ruys kreeg de
leiding over dit bedrijf.
Tot 1873
was Willem junior de enige firmant
van de firma Willem Ruys & Zoonen,
in dat jaar trad Daan als firmant
toe en werd Willem Jr. medefirmant
van Ruys & Co.
Het tijdperk van
de stoomvaart trad in, maar Vader Willem was daar nog niet
aan toe. Wel zag hij dat de stoomvaart een ontwikkeling was
die niet tegen te houden was. Hij liet het echter aan zijn
zonen over om die omslag te maken. Ook de via het Suezkanaal verkorte
afstand naar Nederlands Indië speelde daarbij een
belangrijke rol. Vanaf
1870 ging Wm. Ruys & Zoonen zich bezighouden met
de stoomvaart.
|
|
ROTTERDAMSCHE LLOYD
|
|
STOOMBOOT-REEDERIJ ROTTERDAMSCHE
LLOYD

|
|
Willem W.zn. Ruys 1837-1901 |

Daniël Theodorus Ruys 1841-1913 |
|
In 1875 ontstond uit de trotse zeilvloot van de
grondlegger Willem Ruys J.D.zn. de “Stoomboot-Reederij Rotterdamsche Lloyd”. Eerst werd met een
klein gecharterd vrachtschip van ruim 1200 ton, het ss
Ariadne gevaren. Vanaf 1875
met, voor eigen rekening gebouwde, schepen zoals het ss
Groningen, het ss Friesland, het ss Torrington en het ss
Hampton.
Deze schepen werden, in samenwerking met de Engelse
Commercial Steamship Company, in Januari
1875 ondergebracht in de "Stoomboot-reederij
Rotterdamsche Lloyd" onder de directie van Wm Ruys & Zonen
Zij gingen vervolgens vracht en passagiers tussen
Nederland en Nederlands Indië vervoeren.

De
eerste stoomzeiler van de Stoomboot-reederij "Rotterdamsche
Lloyd" het ss Groningen
Op 24 November
1874 werd het te water gelaten en op 7 Februari
1875
werd het, 120,21 meter lange, schip opgeleverd door
C. Mitchell & Co., Newcastle-upon-Tyne aan de
Stoomboot-reederij Rotterdamsche Lloyd. Het schip
voer tussen Nederland en Nederlands-Indië. Via de
belangrijkste route
Southampton–Marseille–Singapore–Tandjong Priok is
het 9191 zeemijlen van 1852 meter (ca. 17.000 km).
Haar eerste reis begon op de dag van oplevering,
namelijk op 7 Februari 1875.
Voor een uitgebreide beschrijving en het verkrijgen van
diverse interessante overblijfselen van het ss Groningen zie
het websitehoofdstuk: "Groningen".

Advertentie
uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 21 januari
1875
waarin voor het eerst de naam "Rotterdamsche Lloyd"
werd gebruikt. Een geregelde stoomvaart naar Java o.a. met het ss
Groningen.
STOOMVAART MAATSCHAPPIJ ROTTERDAMSCHE LLOYD

In
1881 veranderde de naam "Stoomboot-reederij
Rotterdamsche Lloyd" in "Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd".
N.V. ROTTERDAMSCHE LLOYD
Op 15 Juni
1883
werd de "Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche
Lloyd" omgezet in de nieuwe vennootschap "N.V.
Rotterdamsche Lloyd" met een kapitaal van
4.033.000,- gulden, onder directie van Willem Ruys
en Zoonen.

Omdat rond de eeuwwisseling al duidelijk
werd dat samenwerking met een aantal andere Nederlandse
rederijen noodzakelijk was, werd in
1908 door de N.V. Rotterdamsche
LLoyd, de Stoomvaart Maatschappij Nederland en de
Koninklijke Pakketvaart Maatschappij de Nederlandsche
Scheepvaart Unie (NSU) opgericht.
Deze naamloze vennootschap is vervolgens door de
inventieve en inspirerende redersfamilie Ruys in de
vaart op Nederlands Indië groot geworden. Hoewel
deelname aan de Eerste Wereldoorlog Nederland en
Nederlands-Indië bespaard bleef, werd door vordering van
een aantal RL-schepen en uitvaardiging van een aantal
zeer belastende maatregelen een voortvarende verdere
ontwikkeling van de rederij belemmerd.
|
|
DE TWEEDE WERELDOORLOG |
|
De Tweede Wereld oorlog had vervolgens in de jaren
40/45 een groot gat geslagen in de RL-vloot, vele
opvarenden verloren daarbij hun leven.
Zie o.a. het hoofdstuk “ss SLAMAT”
dat geheel gewijd is aan de grootste ramp in de
Nederlandse Koopvaardij geschiedenis.

Nederlands-Indië werd door de Jap overlopen en geknecht
en Soekarno zag kans om, gebruikmakend van de oorlog, de
onafhankelijkheid uit te roepen. In
1945 was de
republiek ”Indonesië” formeel een feit. Pas in
1949 was
Nederland aan de overdracht toe. Opmerkelijk snel was de Rotterdamsche Lloyd er weer bovenop en in
1948 was het
aantal reizen van en naar Indië weer terug op het niveau
van 1939.
|
|
De Duitse invasie in Nederland
mei 1940 |
|

Voor afspelen blauwe tekst
aanklikken:
http://www.youtube.com/watch?v=33zqhM6kYRg
|
|
HET BOMBARDEMENT OP ROTTERDAM
mei 1940 |
|

Voor afspelen blauwe tekst
aanklikken:
http://www.youtube.com/watch?v=nh15oiHPWns
|
|
DE KONINKLIJKE ROTTERDAMSCHE LLOYD |
|

In 1947
ontstond de "Koninklijke Rotterdamsche Lloyd n.v." (KRL).
Ter gelegenheid van het in de vaart komen van het
roemruchte vlaggenschip, ms Willem Ruys had het Hare
Majesteit Koningin Wilhelmina behaagd de Rotterdamsche
Lloyd het predikaat “Koninklijk” te verlenen (Zie
hieronder de oorkonde).
In 1960
leidde de kwestie Nieuw Guinea er vervolgens toe dat er
“onder geen beding” nog passagiers en lading met schepen
onder Nederlandse vlag van en naar Indonesië mochten
varen. Het laatste schip dat in
1960 uit Indonesië vertrok
was de “Kertosono”. Deze rampzalige ontwikkeling zorgde
er voor dat de KRL haar roots kwijt raakte. De kennis en
ervaring die de diverse leden van de familie Ruys in
honderdtwintig jaar hadden opgebouwd, konden op het
historische Indië-traject niet meer worden gebruikt.
Maar de voortvarende Ruys-familie gaf zich niet gewonnen
en een verdere uitbreiding kwam in zicht.

Een zeer belangwekkende stap was de
wederom nauwe samenwerking met de "Stoomvaart
Maatschappij Nederland" (SMN) hetgeen leidde tot de
oprichting van de “N.V. Nedlloyd Lines” (NLL).
|
|
GROEI VAN DE ROTTERDAMSE LLOYD VLOOT
MAILDIENST=Passagiersschepen, CARGADIENST=Vrachtschepen |
|
JAARTAL |
AANTAL PASSAGIERSSCHEPEN
|
AANTAL VRACHTSCHEPEN
|
TOTAAL AANTAL SCHEPEN |
|
1870 |
Willem Ruys & Zoonen |
1 |
|
1875 |
Stoomboot-reederij Rotterdamsche Lloyd |
4 |
|
1883 |
|
|
9 |
|
1893 |
|
|
14 |
|
1896 |
9 |
6 |
15 |
|
1910 |
8 |
12 |
20 |
|
1914 |
10 |
24 |
34 |
|
1925 |
10 |
31 |
41 |
|
1931 |
8 |
33 |
41 |
|
1940 |
5 |
26 |
31 |
|
Tijdens de
Tweede Wereldoorlog verloor de Rotterdamsche Lloyd
21 schepen. |
|
OORLOG |
ss SLAMAT, ms
BALOERAN en ms DEMPO |
-18 |
-21 |
|
1945 |
2 |
8 |
10 |
|
Door de
regeling "Vloot-reconstructie-1946 en andere
toevoegingen kon de Rotterdamsche Lloyd vloot weer
snel tot het niveau van 1940 worden opgebouwd.
|
|
1947 |
ms
Indrapoera, ms Sibajak en ms Willem Ruys |
29 |
32 |
|
In 1947 werd de
Rotterdamsche Lloyd, "Koninklijk" |
|
1970 |
0 |
31 |
31 |
|
In 1970 ging de
Koninklijke Rotterdamsche Lloyd over in de NSU |
|
NSU - (KONINKLIJKE) NEDLLOYD |
|
Eind jaren ’60 werd de Nederlandse koopvaardij
geconfronteerd met een zich sterk ontwikkelende
luchtvaart, een toenemende concurrentie vanuit het
buitenland, oplopende exploitatiekosten en hoge
investeringen in een snel groeiende containervaart. Om
het hoofd boven water te kunnen houden was een hechte
samenwerking tussen de Nederlandse rederijen
noodzakelijk en onvermijdelijk.
Zoals bekend werd begin
1970 door een viertal grote Nederlandse
scheepvaartmaatschappijen de Nederlandsche Scheepvaart
Unie (NSU) opgericht.
Deze naam was in 1908 al
eens
eerder voor het samenwerkingsverband tussen RL, SMN en
KPM gebruikt!
De fuserende rederijen waren de Koninklijke
Rotterdamsche Lloyd (KRL), de Stoomvaart Maatschappij
Nederland (SMN), de Koninklijke Java-China Pakketvaart
Lijnen (KJCPL) en (passief) de Vereenigde Nederlandse
Scheepvaartmaatschappij (VNS).

Enkele jaren later werd de naam veranderd in de
Koninklijke Nedlloyd Groep. In 1981 sloot ook de
Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (KNSM)
zich bij de groep aan.

Uiteraard betekende de geboorte van deze grote
fusiemaatschappij het einde van de individuele
rederijen.

1996 - Het Engelse P&O en de Nedlloyd gaan
samenwerken.

2006 - De Deense rederij “Maersk Sealand” lijft
voor 2,3 miljard Euro P&O-Nedlloyd in en wordt daarmee
de grootste containerrederij ter wereld. Op dat moment
had P&O-Nedlloyd 13.000 medewerkers in 146 landen in
dienst en opereerde met 156 containerschepen.
|
|
DE CANON VAN NEDERLAND |
|

|
|
Chronologie als leidraad
De officiële
"Cánon van Nederland" begint rond 3000 jaar vóór
Christus met de hunebedbouwers en eindigt rond
2000 jaar ná Christus met de invoering van
de euro. Onderweg vertellen de gekozen vensters
wat iedereen zou moeten weten
over de Romeinse
tijd (rond het begin van de moderne
jaartelling), over Floris de Vijfde (rond het
jaar 1275), over Karel de Vijfde (rond 1540),
over de Republiek (rond 1600), over de
Statenbijbel (1637), over Michiel de Ruyter
(rond 1665), over de Bataafse tijd (rond 1800),
over de Nederlandse Grondwet (in het bijzonder
die van 1848), over de beide Wereldoorlogen
(1914-1918 en 1940-1945), over de Nederlandse
ex-koloniën (rond de jaren 1945 en 1975), over
de watersnoodramp (van 1 februari 1953) en over
het nieuwe, veelkleurige Nederland (vanaf
omstreeks 1945). En bovendien staat de canon
stil bij het leven van befaamde Nederlanders als
(in historische volgorde) Willibrord, Erasmus,
Willem van Oranje, Hugo de Groot, Rembrandt van
Rijn, Christiaan Huygens, Spinoza, Multatuli,
Vincent van Gogh, Aletta Jacobs, Anne Frank,
Willem Drees en Annie M.G. Schmidt.
De Cánon onder vuur
Het woord
"Cánon" doet denken aan canoniek, aan iets dat
van hogerhand komt en dat daardoor vrijwel
onaantastbaar is. Je hebt gewone boeken en je
hebt canonieke geschriften. Van die laatste moet
een sterveling met zijn onwaardige handen afblijven. Merkwaardigerwijze is dat nu precies
wat de commissie die de canon samengesteld heeft
niet wil. Zij beweren niet dat hun keuze voor de
vijftig grote personen en belangrijke
gebeurtenissen, die samen het verhaal van de
Nederlandse geschiedenis vertellen, geen kritiek
kan verdragen. Integendeel. De commissie vraagt
juist om kritiek. En zij hebben dat gekregen
ook!
De opbloeiende zeevaart
rond 1850, wederom een "ondergeschoven kindje"!
Aan de Nederlandse zeevaart vanaf circa 1600
wordt in het "Cánon van Nederland" aandacht
besteed. Het zwaartepunt van de handel ligt in
Europa, maar daarnaast wordt handel gedreven in
Azië, Afrika en Amerika. In Azië en Amerika
worden koloniën gesticht. Op de drie continenten
handelen de Nederlanders ook in slaven. In de
19de eeuw leidt centralisatie van Nederlands
bestuur in koloniën tot langdurige oorlogen.
Nederland heeft tot op de dag van vandaag sterke
banden met Indonesië, Suriname en de Antillen.
Opmerkelijk is dat het
hier niet over de zeevaart op zich gaat, maar
slechts over de zaken die we in het buitenland
in positieve en negatieve zin hadden
gepresteerd. Weinig dus over de door genetische
overdracht verworven vaardigheden die ons naast
handelslui wereldberoemde zeevaarders heeft
gemaakt.
Wildgroei van Cánons?
Wellicht
door de incompleetheid en gedwongen
oppervlakkigheid kreeg de "Cánon van Nederland"
al snel gezelschap van Cánons die door
Wetenschappen en Beroepsgroepen waren
geschreven. Zo bestaat er nu (begin 2010) de
Canon van de Geneeskunde, van de Natuurkunde, de
Bètacanon, de Gammacanon en de "Canon van ons
Maritiem verleden". Vooral deze laatste
canon is voor
ons interessant, omdat hierin de hiaten
uit de "Cánon van Nederland" opgevuld zouden
kunnen worden.
|
|
DE CANON VAN ONS MARITIEM VERLEDEN |
|

|
|
De Maritieme Cánon
Het Maritiem
Museum Rotterdam formuleerde samen met
vooraanstaande maritiemE-historici de
hoogtepunten uit onze waterrijke historie. Elk
van de 50 onderwerpen biedt aanknopingspunten
voor boeiende verhalen over de haringvangst, de
Hanze en de VOC en over de invloeden van
Romeinen en Vikingen. Over kustvaart en
binnenvaart, over scheepsontwerpers en
scheepsbouwers, over handels- en slavenvaart en
emigrantenvervoer. Vanaf de prehistorische kano
van Pesse tot aan de moderne
luchtgeleidingsfregatten. Van de oprichting van
de Holland-Amerika Lijn tot de opening van het
Amsterdam-Rijnkanaal. Maar ook de onmiskenbare
rol van de dames van lichte zeden ontbreken in
dit overzicht niet.
Doet de Maritieme Cánon recht aan onze
scheepvaartgeschiedenis?
Tekst van de
samenstellers van het Maritiem Cánon: "Bijna
geen land ter wereld heeft zo’n rijke
scheepvaartgeschiedenis als Nederland.
Eeuwenlang trotseerden handelaren,
ontdekkingsreizigers en geleerden de risico’s
van het zeemansbestaan, op zoek naar roem en
rijkdom. Te weinig Nederlanders realiseren zich
echter hoe essentieel het water en de
scheepvaart zijn geweest voor de
maatschappelijke en economische ontwikkeling van
ons land. Maar waar zou Nederland nu staan als
De Ruyter, Barentsz en Piet Heyn er niet waren
geweest? En hoe anders zou onze taal zijn zonder
al die sporen die de zeevaart erin achterliet?".
Het antwoord
op de vraag of dit Maritieme Cánon recht doet
aan onze scheepvaartgeschiedenis is zoals bij de
meeste andere canons,
NEEN!
Bij diverse
onderwerpen die in deze Cánon min of meer
uitgebreid behandeld worden als een belangrijk
stuk Nederlandse Scheepvaartgeschiedenis, zetten
wij grote vraagtekens als tevens moet worden
vastgesteld dat een van de belangrijkste, zoniet
de belangrijkste scheepvaartmaatschappij van
Nederland, namelijk de Rotterdamsche Lloyd niet
in deze Cánon aan bod komt.
|
|
Om de Rotterdamsche Lloyd kunnen
"geschiedkundigen" echt niet heen!
Voor de "hardleersen"
onder hen geven wij hieronder maar weer eens,
ten overvloede, het volgende aan:
De "Bataafsche
Republiek" 1795-1801
was een republiek die het grootste gedeelte van
het huidige Nederland omvatte. De republiek was
gevormd naar voorbeeld en met militaire steun
van de Franse Republiek, waarvan de Bataafse
Republiek een bondgenoot, in feite een
"vazalstaat", was. Deze steun werd overigens
duur betaald: de Republiek moest tientallen
miljoenen guldens betalen voor de Franse troepen
die in Nederland gelegerd werden (Verdrag van
Den Haag). Ook later bleek de "coalitie" met
Frankrijk nogal eenzijdig gericht. In hun strijd
tegen de Engelsen en bij de daarop volgende
vredesonderhandelingen waren de Fransen maar al
te graag bereid om in ruil voor toezeggingen van
Engeland, Nederlandse koloniën aan hen af te
staan.
In
1806 werd Lodewijk
Napoleon op last van zijn broer Keizer Napoleon
- I vorst van het Koninkrijk Holland. Hij ging
echter een eigen koers varen en kwam zelfs op
voor de belangen van het Koninkrijk Holland. Dat
leidde tot een conflict met zijn broer. Broer
keizer Napoleon Bonaparte voerde in
1806 het
“Continentale stelsel” in, hetgeen betekende dat
geen handel met Engeland mocht worden gedreven,
dit verlamde vervolgens de Hollandse havens en
scheepvaart, een lange periode van Hollands
glorie op de wereldzeeën was daarmee verleden
tijd! In 1810 trad
Lodewijk Napoleon alweer af, waarop het
Koninkrijk in zijn geheel werd geannexeerd door
Frankrijk. Holland werd bij het Franse
keizerrijk ingelijfd, verloor haar laatste kolonie aan de
Engelsen, armoede heerste alom en
had in die tijd volstrekt geen maritieme
betekenis meer!

Lodewijk
Napoleon -I
In
1813
werd de onafhankelijkheid van
Nederland weer hersteld en in de periode dat
Nederland er 10 onafhankelijkheidsjaren op had
zitten, keerde het roemruchte Hollandse
commerciële elan langzaam, maar zeker weer terug.
Willem Ruys J.D.zn.
ging in 1828 in de
scheepvaartbusiness en voorvoelde dat de
Nederlandse scheepvaart zich voornamelijk in
Rotterdam zou gaan ontwikkelen. In
1838 liet hij
bij scheepswerf "Fop Smit" te Kinderdijk de kiel
van zijn eerste zeilschepen leggen en richtte de
firma
Wm. Ruys & Zoonen
op.
In 1844 gaf Willem
Ruys
J.D.zn.
blijk van zijn belangstelling voor de vaart op
Nederlandsch Indië. Vanaf die tijd organiseerde
hij steeds meer "expedities" van Rotterdam naar
Batavia.

Vanaf
1870 ging Wm. Ruys & Zoonen zich bezighouden met
de stoomvaart en in 1869 al sprak Willem Ruys senior met
zijn zonen over een scheepvaart lijn op New York.
In september 1869 werd de
Nederlandsch-Amerikaansche
Stoomvaart-Maatschappij (NASM), de latere
Holland Amerika Lijn (HAL), opgericht en medio
1872 was de eerste afvaart op New York. Omdat de
twee door de NASM bestelde schepen (de
"Rotterdam" en de "Maas") niet op tijd klaar
waren, werd de allereerste afvaart op Amerika
door een schip van Wm. Ruys & Zoonen,
het ss Ariadne, uitgevoerd!
In 1875 ontstond uit de trotse vloot van grondlegger, Willem Ruys J.D.zn.
uiteindelijk de “Stoomboot-Reederij Rotterdamsche Lloyd”,
de "NV Rotterdamsche Lloyd" en de "Koninklijke
Rotterdamsche Lloyd".
De
(Koninklijke) Rotterdamsche Lloyd speelde
vervolgens een dominante/significante rol bij de
oprichting van de scheepvaartmaatschappijen:
TRITON, ROTTERDAM, NASM (latere HAL), KPM, KJCPL, VNS en
KONINKLIJKE NEDLLOYD.
Samenvattend:
Wat de familie Ruys met o.a. haar
scheepvaartmaatschappij (Koninklijke)
Rotterdamsche Lloyd voor de Nederlandse
scheepvaart, voor Nederland zelf en onze
kolonie, Nederlands Indië heeft betekend is van
grote invloed en dus van groot belang
geweest. Opmerkelijk genoemd mag worden dat in de Maritieme Cánon
geen enkele aandacht wordt besteed aan die
invloedrijke(Koninklijke) Rotterdamsche Lloyd
........ een storende hiaat dat in het Martiem
Museum in Rotterdam ook terug te vinden is.
De Maritieme Cánon
is een prachtig boek met veel mooie plaatjes en
we weten maar al te goed dat 100% volledigheid
en juistheid niet gemakkelijk te bereiken is.
Door één van de meest belangrijke Nederlandse
rederijen zomaar weg te laten, mag aan de geschiedkundige waarde
van deze Cánon getwijfeld worden, zeker ook als men een aantal
andere onderwerpen/hoofdstukken beziet waaraan wél
aandacht wordt besteed! |
|
Copyright: KRL-Museum te Oudehorne |
|
|