background
affiche nederlands indie
Van het eerste zeilschip

het eerste zeilschip

Tot en met het laatste vrachtschip

het laatste vrachtschip
facebook forum
Fatale Sprong
 
In het jaar 1950 voeren we met het m.s. "Mataram" van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd van Honolulu naar Seattle. Het weer was mooi maar er stond een sterke deining. Kort voor ons vertrek uit Rotterdam had men uit de stalen wand van het stuurhuis met de snijbrander een deuropening uitgesneden. Hutten werden daardoor van buitenaf gemakkelijker bereikbaar.
Er was geen tijd meer om er een stalen waterdichte deur in te zetten, dat zou na de volgende reis gebeuren. De randen waren ruw en onafgewerkt en hier en daar gemeen scherp. Vóór deze opening was het open stalen hoofddek. Op zekere dag stond hier een olieman (machinekamerpersoneel) over de zee uit te kijken. Hij wachtte tot hij door de 1e Machinist zou worden geroepen voor een gesprek indiens hut. Toen hij geroepen werd nam hij een korte aanloop om over de hoge drempel te springen. Op schepen zijn de drempels van buitendeuren altijd zo’n 25 cm. hoog om te voorkomen dat overslaand zeewater naar binnenstroomt. De man raakte met z'n voorhoofd de scherpe ruwe bovenkant van de deuropening en werd daardoor letterlijk gescalpeerd. Zijn behaarde hoofdhuid zat geplooid op zijn achterhoofd. Op dat moment was ik in mijn kantoortje bezig met de scheepsadministratie en mijn gedachten gingen zo nu en dan terug naar de mooie Hulameisjes in Honolulu. Plotseling was er stemmenrumoer en de roep "Pa, Pa!” Ik ging op het geroep af en trof de man aan in een grote plas bloed. Het ontvelde bot van zijn schedel blonk als parelmoer in het zonlicht. Zijn ogen waren gesloten en ik verwachtte dat hij in shock was geraakt. Voorzichtig werd hij door vele handen naar het scheepshospitaaltje gebracht. Daar poogde ik de bloeding te stelpen. Terwijl ik daarmee bezig was kwam de man weer bij. Pols en ademhaling werden langzaamaan weer normaal. De patiënt werd hoog in de kussens gezet en kreeg een voorlopig drukverband. De bloedingen namen af en zijn pupillen waren niet meer verwijd. Van shock gelukkig geen sprake meer.
En daar sta je dan en het flitste door me heen; hier moet ik wat aan doen, dit kan ik zo niet laten, die hoofdhuid moet terug! Maar dat kan niet bij volle bewustzijn. Ik moet hem onder narcose brengen, een alarmerende gedachte, Oei, en dat midden op de oceaan en op een deinend schip met alleen de Scheepstimmerman om me te assisteren en op pols en ademhaling te letten. Hoe ging dat ook al weer? Het was alweer zo lang geleden. Ja, met Pentothal maar hoeveel? Ik moest ergens tussen mijn boeken een tabel hebben en die was gauw gevonden. De patiënt heette Oetse, was goed gebouwd en ca. 32 jaar oud. Ik vroeg: "Joh wat weeg je?" en hij zei: “Schoon aan de haak 85 kilo Pa”.
Ik las de hoeveelheid Pentothal die bij dit gewicht paste van de tabel en maakte de spuit gereed. Tegen Oetse zei ik: "Ik ga je nu onder narcose brengen, tel straks maar van een tot tien". Tijdens de intraveneuse injectie telde hij maar kwam niet ver. We legden de patiënt in zijligging zodat de tong tijdens de operatie niet naar achter kon zakken en zo de luchtweg blokkeren. Samen verwijderden we het drukverband. De deining was zeer hinderlijk. De Timmerman lette weer op pols en ademhaling en ik hield me bezig met het weer op zijn plaats brengen van de naar achter geschoven hoofdhuid. Gelukkig was er geen zichtbare botbreuk maar op de hechtingen kwam veel spanning te staan waardoor sommige inscheurden. Ondanks dat bereikte ik toch een lange, goed sluitende wond welke ik op enkele plaatsen met agraves (zilveren krammetjes) moest versterken. Het eindresultaat was een wat rafelige wond van 24 cm. Lengte. Na wat wound-cleaning hebben we samen met veel moeite een tulbandachtig verband aangelegd. Het geheel duurde uren. Tenslotte zit je samen te wachten of de patiënt wel bij zal komen, dat was zeer spannend. Opeens bewoog hij, deed zijn ogen open, glimlachte, voelde aan zijn hoofd en zei: “Ha, Pa!” De spanning brak en ik vroeg of hij iets wilde eten of drinken, zeg het maar”. Het antwoord was: “Pa, ik barst vande honger en ik wil graag Nasi Goreng met alles erop en eraan".
Ik verzocht mijn onschatbare Timmerman naar de kombuis te gaan en voor drie man nasi te bestellen. Daar hebben we met z’n drieën van gesmuld en gedronken.

Twee dagen en nachten bleef hij in het scheepshospitaaltje en ik sliep in het andere bed. Hij kreeg veel bezoek en soms was het dolle pret. Daarna mocht de ‘sultan’ (vanwege zijn verband) weer naar zijn eigen kooi. De patiënt was jong en sterk en in goede conditie waardoor hij voorspoedig genas.
 
 
Jan Helsloot, oud KRL-Verpleger/schrijver