background
affiche nederlands indie
Van het eerste zeilschip

het eerste zeilschip

Tot en met het laatste vrachtschip

het laatste vrachtschip
facebook forum
Een bange nacht

 

Op een van mijn zeereizen bij de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd deden we in 1950 Menado aan. Ons schip, het ms Mataram, was een prachtig vrachtschip met passagiers accommodatie voor 20 passagiers. Zestig bemanningsleden en geen dokter aan boord! Mijn functie was Verpleger/purser en ik werd altijd aangesproken met ‘Pa’. Heel vroeger had men chirurgijns, daarna een Ziekenvader, Ziekenpa en tenslotte, kortweg Pa. Ik meen dat dat bij de Marine nog zo is.
 

ms Mataram

Menado is de noordelijkste havenplaats van het Indonesische eiland Celebes dat nu Sulawesi heet. Ons doel was er copra te laden in bulk (niet in zakken maar los gestort). Copra is het gedroogde vruchtvlees van de kokosnoot. In die jaren was er nog geen afmeerkade dus het schip lag op de rede voor anker. Het was een bijzondere lading want het hele schip en de omgeving waren vergeven van duizenden kleine, vliegende torretjes die ’s nachts over je nakie liepen, net als de kakkerlakken. Door de hitte en het stof werd er extra veel gedronken, vooral ijsthee en ijswater.

Na genoten te hebben van een mooie zonsondergang, gingen we op weg naar Ujung Pandang, vroeger Makassar geheten. Wie geen dienst had, ging vroeg ter kooi.

Makassar - Celebes - 1935

Het was al na middernacht toen er op mijn vliegendeur werd geklopt. Iemand vroeg: “Pa, ben je wakker?” “Ja, Boots”, zei ik want ik herkende zijn stem. “Wat is er?” “Pa, ik kan niet pissen.” Ik deed vlug mijn kamerjas aan om naar het hospitaaltje te gaan waar de patiënt op de onderzoektafel ging liggen. Intussen zocht ik alles bij elkaar wat nodig was voor de catheterisatie. De medische uitrusting op deze schepen was geweldig goed en uitgebreid. De patiënt was rustig maar de blaas was overvol. De catheterisatie verliep niet goed, ik stuitte op een obstakel, ook met de aller dunste catheter lukte het niet. Ook de manier om op geleide van drie dunne catheters een wat dikkere naar binnen te brengen, mislukte. Ik maakte een zogenaamde ‘fausse route’, er kwam bloed en dan moet je stoppen. Of het kwam door een vernauwing, prostaat, kramp of door mijn onervarenheid, ik weet het niet. Ook injecties met morfine en scopolamine hadden geen resultaat. Ik bracht de patiënt naar zijn bed en waarschuwde de Scheepstimmerman Arie van der Perk om op hem te letten. De toestand verergerde en ik had hulp nodig. Die probeerde ik te krijgen door via de radio medisch advies te krijgen. Dat betekent dat ik de Kapitein en de Marconist moest wekken. Iedere schepeling weet wat het zeggen wil als je ‘de Ouwe’ wakker moet maken. De aanvraag ging de lucht in maar na een uur wachten, was er nog steeds geen antwoord en moest ik ten einde raad de Kapitein verzoeken om terug te keren naar Menado. Dat was niet niks maar hij was vol begrip het ging tenslotte om een mensenleven al was het wel een schadepost voor de Maatschappij. Bevel van de Kapitein naar de machinekamer en het schip keerde. Het was de enige keer in mijn zeeperiode dat het schip de kant opging die ik wilde!

In het donker liep ik over het dek te ijsberen en overwoog die andere oplossing. Het instrumentarium bevatte namelijk ook een "trocar". Dit geheel metalen instrument moet men zich voorstellen als een schroevendraaier waarvan de punt drie scherpe snijvlakken heeft. Daaroverheen past een veel korter zilveren buisje waaraan een klein handvatje zit. Het is de bedoeling om dit apparaat door de buikwand te stoten tot in de blaas. Daarna het handvat met de priem terug te trekken en het zilveren buisje op zijn plaats te laten. Hierdoor kan dan de urine weglopen.

Ik wist ook heel goed waar dat ding naar binnen moest, namelijk zo’n drie centimeter boven zijn fluitje. Maar ik was ó zó bang het buikvlies te raken, alhoewel een zeer volle blaas het buikvlies mee omhoog neemt. Doe ik niets, dan overlijdt de patiënt aan urine- vergiftiging. Raak ik toch het buikvlies dan kan een buikvliesontsteking het gevolg zijn. Het apparaat lag zachtjes te bobbelen in mijn sterilisator maar ik twijfelde en bleef twijfelen. Totdat me iets te binnen schoot. Ik had geleerd dat een behandeling met afwisselend warm en koud water een kramp kon opheffen. Laat ik dit proberen, ik zocht de Timmerman weer op en zei dat hij een badbroek moest aantrekken. Dat deed ikzelf ook. De gehele was- en douchegelegenheid stond tot mijn beschikking, de Matrozen sliepen nog. Ik bestelde een emmer warm en een met koud water. We haalde de, al wartaal sprekende, Bootsman uit zijn hut, ontkleedden hem en drukten hem afwisselend tien tellen in het warme en twee tellen in het koude water. Ook van de koude en warme douches maakten we gebruik. Hoe lang we toen met de patiënt aan het jongleren zijn geweest, weet ik niet meer maar toen hij, door ons beiden gesteund, onder de warme douche stond, mompelde hij: “Pa, kijk eens” en oh wonder, hij plaste. Er leek geen eind aan te komen en hij ging steeds rechter op staan. Afdrogen, onder de wol en slapen was het devies.

Ja, en toen moest ik weer naar de Gezagvoerder. Hij was natuurlijk blij voor de patiënt en vroeg me: “Zeg, Pa, moeten we weer omkeren of doorstomen naar Menado?” Ik vroeg hem om alstublieft door te varen naar Menado. Ik wilde absoluut niet omkeren want wie gaf mij de verzekering dat de kramp zich niet zou herhalen. En zo gebeurde.

Menado - Celebes

De Matrozen die de volgende ochtend ontwaakten, zeiden tegen elkaar: “Wat gek, we hadden gisteren land aan bakboord en nu hebben we het weer aan stuurboord.” Zij kregen als antwoord: “Dat klopt, want we zijn vannacht omgekeerd. Dat is op order van Pa gebeurd!” “Ja, kom zeg, daar heeft Pa toch niets over te vertellen?” En toch was het zo. Het radiomedisch advies kwam pas na negen uur en adviseerde precies datgene dat ik had gedaan. De patiënt liep fluitend met zijn koffertje in zijn hand, de loopplank af op weg naar de bestelde ambulanceauto.

Na deze nachtmerrie en het ontbijt, ging ik de boel in het hospitaal opruimen. Je bent dan wel hoofd Medische dienst maar je bent ook je eigen krullenjongen. Met een zucht van verlichting legde ik de zo gevreesde trocar terug in zijn doos. Alles was toch nog goed afgelopen. Maar die nacht heb ik hem wel erg geknepen.

Jan Helsloot, oud KRL-Verpleger/schrijver