background
affiche nederlands indie
Van het eerste zeilschip

het eerste zeilschip

Tot en met het laatste vrachtschip

het laatste vrachtschip
facebook forum
Lopende Lading

In 1958 voer ik als Verpleger/schrijver op het ms Blitar van de toenmalige Koninklijke Rotterdamsche Lloyd. We maakten een reis in de homeline en namen in diverse Indonesische havens lading in voor West-Europa. Op de thuisreis waren dat de bekende tropische producten zoals: kopra in bulk, zakken palmpitten, kisten thee, koffie, rubber,rotan, klapperolie, vloeibare latex, tapioca en nog vele andere zaken. De Blitar (9270 brt), bemanning ca. 64, was een vrachtschip met accommodatie voor 28 hutpassagiers en kon in het hadjiseizoen worden ingezet voor het vervoer van 1400 Mekkapelgrims als tussendekpassagiers.

In het centre castle waren hiervoor extra sanitaire voorzieningen en onder de verlengde bak bevonden zich hospitaalruimten en een goed uitgeruste apotheek. In die tijd voelden etnische Arabieren zich bedreigd, waardoor een uittocht van deze mensen op gang kwam. Voor de Blitar was een aantal families als tussendekpassagier voor Aden geboekt. Totaal, als ik me niet vergis, ca. 150 personen, waaronder 55 kinderen onder de 12 jaar
 
 
In het centre castle werden hiervoor eenvoudige bedden aan dek gelast. Verspreid over 4 á 5 havens vond de inscheping plaats en daar we geen arts aan boord hadden werd mij opgedragen er op toe te zien dat we geen zieken embarkeerden. Met huilende kinderen, die onder politiebewaking al enkele uren in een bloedhete loods hadden moeten wachten, kon dat natuurlijk niet meer zijn dan een vlugge, oppervlakkige inspectie. Eenmaal aan boord zocht iedereen een slaapplaats en binnen de kortste keren was het ruim d.m.v. gespannen lijnen, lakens en lappen herschapen in een doolhof van kamertjes. Het hoofddek leek wel een schoolplein tijdens het speelkwartier. De toen wel eens voor passagiers gebezigde term “lopende lading” was hier beslist niet misplaatst! Een poging om door middel van identiteitskaarten enige controle uit te oefenen, was mislukt zodat een extra onderzoek naar verstekelingen nodig was. Na vertrek uit Belawan (Sumatra), als laatste inschepingshaven, werd het schip op de rede stilgelegd en een grondige zoektocht uitgevoerd. Weggedoken tussen wegering en zakken palmpitten werd nummer 1 aangetroffen. Nummer 2 lag tussen bundels gezaagd hout aan dek tussen de bak en luikhoofd ruim 2. Ze werden met de loodsboot meegegeven en we gingen anker op voor Penang (Malakka).
Elke ochtend na pikheet ging ik met de 1e Stuurman en de Bootsman mee voor een inspectieronde waarbij het o.m. mijn taak was eventuele zieken op te sporen. Een 3-jarig meisje trok de aandacht omdat ze niet speelde en meestal op bed zat te huilen. Meer dan een mogelijke bloedarmoede kon ik zo op het eerste gezicht niet vaststellen. Er volgde een lang en moeizaam gesprek met de moeder waarbij het taalverschil werd overbrugd door een 14-jarige jongen die als tolk optrad. Twee gegevens kwamen uiteindelijk boven water; het kind hield nauwelijks voedsel binnen en zou wormen kunnen hebben. Microscopisch onderzoek van de ontlasting naar wormeieren was de volgende stap, maar daar was materiaal voor nodig Omdat het kind nog niet zindelijk was zat er niets anders op dan dit uit de luier te vissen hetgeen onder toezicht van een groep joelende kinderen gebeurde. In het preparaat werden massa’s wormeieren aangetroffen. Antiwormmiddelen zijn in zekere mate giftig en daarom wilde ik me er eerst van vergewissen dat de nieren dit aankonden. Hiervoor was onderzoek van een urinemonster op eiwit nodig. Opnieuw veel onbegrip en taalmoeilijkheden Maar na veel aandringen kwam er toch een glas met wat zeer troebel vocht. Via mijn inmiddels onmisbaar geworden tolk kwam ik erachter dat ook dit materiaal van de luier afkomstig was; men had deze eenvoudig boven een glas uitgewrongen! Totaal ongeschikt voor onderzoek en ik besloot dit maar over te slaan. Alles ging verder volgens het boekje en het kind veranderde na de wormenkuur al gauw in een vrolijke, speelse kleuter. Voor de derde maal speelde de luier een belangrijke rol, ditmaal door een overduidelijk bewijs te leveren dat de kuur succes had gehad.
 
Zoals te verwachten, waren er tijdens de oversteek naar Aden enkele passagiers zeeziek. Omdat ik wat de dosering betrof moeilijkheden verwachtte besloot ik geen zeeziektepillen te geven. Goedwillende hutpassagiers hadden ze echter met royale hand lopen uitdelen. Hoe dit uitpakte bleek enkele dagen later. Ik werd bij een vrouw geroepen die een epileptische toeval had gehad. Ik trof haar in bewusteloze toestand aan, terwijl medepassagiers bezig waren meerdere zeeziektepillen in haar mond te stoppen. Een andere vrouw was bezig met een halve djouroek (soort citroen) krachtig over het voorhoofd te wrijven. De pillen kon ik nog verwijderen en van de citroenmassage verwachtte ik goed noch slecht. Tijdens de oversteek ontstond een nieuw probleem; de Matrozen die dagelijks met de dekwasslang de douches en toiletten onderhanden namen, wilden op zeker moment het centre castle niet meer in als we niet eerst iets ondernamen tegen de hoofdluizen bij de passagiers. Dezen waren inderdaad dagelijks bezig elkaar van deze beestjes te ontdoen en de angst voor overspringers was wel begrijpelijk. We voerden een actie uit waarbij hoofdhaar, beddegoed en kleding met een flinke wolk DDT-poeder bestoven werden. Binnen de kortste keren echter werden aan dek dekens en lakens weer even hard uitgeklopt zodat het effect betwijfeld mocht worden. Op de dekploeg had het in ieder geval een betrouwbare indruk gemaakt en daar was het hoofdzakelijk om begonnen.
Zonder grote problemen werd Aden bereikt waar op de rede de ontscheping in een uitgevaren tender plaatsvond. Vanuit de wegvarende boot werd nog lang naar ons gezwaaid en ik vroeg me af welke indruk het nieuwe land op deze mensen zou maken; komend uit een land met uitbundige tropische vegetatie voeren ze nu een grimmig roestbruin, droog bergland zonder enige begroeiing tegemoet, een groter verschil was niet denkbaar. Lang konden we daar niet bij stil blijven staan want er was na die drukte wel wat werk blijven liggen. De voorbereidingen voor de passage door het Suezkanaal eisten nu alle aandacht op!
 
 
Hugo den Boogert, oud KRL-Verpleger/schrijver.