background
affiche nederlands indie
Van het eerste zeilschip

het eerste zeilschip

Tot en met het laatste vrachtschip

het laatste vrachtschip
facebook forum
Een pelgrimsreis en koeien

 

Aangemonsterd op het ms Kota Baroe: 17 september 1949.
We vertrokken uit Rotterdam voor een kustreis. Toen we terugkwamen in de thuishaven hebben we bijgeladen. Daar begon dan de grote reis, we moesten eerst naar Engeland om vier koeien op te halen. Het werd een pelgrimsreis. Wij zijn begonnen het schip werd opgetuigd en de tenten op de strevellatten gezet. Daarna moesten we trappen in de ruimen plaatsen en een noodhospitaal optuigen.
Timmerman, Arie van der Perk bij zijn ankerspil
 
We gingen voor anker en het duurde niet lang of daar kwamen de dekschuiten met de pelgrims aan, 1200 in totaal. Het werd een drukte van belang, netten vol bagage werden geladen en de pelgrims begonnen gelijk hun eigen plekje op te bouwen met matjes en kleedjes. Je moest oppassen als je over dek liep dat je niemand op zijn benen ging staan of op een ander manier raakte. In het donker was het nóg erger.

De volgende dag ging ik de ruimen pijlen en constateerde water in de vullingen. Het was echter geen lekkage maar heilig water dat in blikken was meegebracht en met het laden lek was gegaan. De eerste koe werd uit zijn hok gehaald. Zijn vier poten werden vastgebonden. Zijn kop werd naar het oosten gedraaid en zijn nek werd door gesneden. De volgende morgen ging ik met de dokter mee om de patrijspoorten open te zetten voor frisse lucht, maar om te voorkomen dat zeewater naar binnenkwam, kreeg ik van de brug weer opdracht om ze te sluiten. Gevolg: een nat pak, maar ja, dat hoort er kennelijk bij op die pelgrimsschepen.

De dekken waren van hout en er waren pelgrims bij die vuurpotjes bij zich hadden en daarmee gingen koken. Mijn werk was dan met een matroos de vuurpotjes uit te maken, zo niet dan ging het potje overboord. Er waren helaas ook aardig wat brandplekken. Twee dagen na het inschepen had ik mijn wasgoed bij de wasbaas gebracht.'S avonds ging ik mijn rondje maken en keek of het water van de toiletten goed doorliepen. Op het achterdek zag ik een zak liggen en zei tegen de Bootsman: "Nou  dat is ook wat! straks ben ik mijn wasgoed kwijt". De Bootsman vertelde mij toen dat er een dode in die zak zat en dat de dode in feite zo snel mogelijk overboord moest. De volgende ochtend werd hij inderdaad overboord gezet. Het schip werd stil gelegd en met de steven naar het oosten gericht. Dat is op deze reis nog een paar keer gebeurd.

Zo kwamen wij in Priok aan. De pelgrims gingen gedeeltelijk van boord en de nodige lading werd gelost, daarna vertrokken we naar de volgende bestemming, maar dat ging niet helemaal goed bij het losgooien van de trossen .... de spring kwam in de schroef. De sleepboten gooide los waardoor de Kota Baroe tussen twee scheepswrakken door dreef die er nog vanaf de Tweede Wereldoorlog lagen. Eenmaal buiten gingen we voor anker. De volgende morgen werden we binnengesleept, waarna een duiker de staaldraad spring van de schroef losmaakte. Daarna kreeg ik, tot mijn verrassing, bericht van de Stuurman dat ik van boord moest om over te stappen op het ms Japara. Omdat die nog niet binnen was, moest ik eerst nog drie dagen in een hotel in Batavia overnachten. Met mijn tweede schip, het ms Japara ging ik direct de lange reis op. Daarna heb ik tot eind 1954 op verscheidene Lloydschepen gevaren.

Als u contact wil opnemen, mijn e-mailadres is: avanderperk@alice.nl


  

Arie van der Perk - Timmerman, 30 oktober 2010