background
affiche nederlands indie
Van het eerste zeilschip

het eerste zeilschip

Tot en met het laatste vrachtschip

het laatste vrachtschip
facebook forum
Een oversteek met brandalarm

Zoals jullie weten werd eens in de zoveel tijd een brandoefening of brandrol aan boord gehouden. Iedereen was dan op zijn, van te voren, vastgestelde post en een gefingeerde brand ergens aan boord werd dan geblust. We hadden net een nieuwe Kapitein aan boord van de “Salatiga” gekregen toen we in 1952 uit Los-Angeles vertrokken voor de oversteek van 21 dagen naar Manilla op de Filippijnen. Dit betekende drie weken op zee met ups en downs. De ene keer een week van zes dagen, de andere keer was je twee keer jarig (datumgrens). ‘s Avonds zaten we dan meestal te kaarten (pokeren of klaverjassen). Menige slof Chesterfield is dan ook van eigenaar verwisseld, of je ging 's morgens kijken of er een visje aan dek lag. Omdat we nogal diep geladen waren, vloog er wel eens een vliegend visje aan boord, dan gingen we ’s morgens kijken of er geen vliegende vis aan boord was gevlogen. De een at hem op, de ander maakte hem schoon, spijkerde hem op een plankje, vleugeltjes uitgespreid en een half pakje zware shag erin, dichtnaaien, in de lak zetten, en je had een prachtig opgezette vliegende vis. We waren net twee dagen op zee, om twee uur ‘s middags werd het alarmsein “ brandrol” gegeven.
De “Ouwe” stond met argusogen op de brug te kijken hoe we de brand te lijf gingen en terwijl het in onze ogen best goed gegaan was, hoorden we later van de Bootsman dat het volgens de Kapitein nergens op leek. We hoorden een paar dagen niets, maar zagen hem wel met gefronste wenkbrauwen op de brug ijsberen, totdat de 1e Stuurman kwam vertellen dat de Kapitein op een lumineus idee was gekomen.
 
Hij liet een klein rood bordje maken met het woord: “BRAND” erop, inclusief touwtje zodat het bordje ook nog opgehangen kon worden. Degene die het bordje vond moest dan onmiddellijk brandalarm slaan en zou later met een paar pilsjes beloond worden. Mooi is dat dachten wij en we zagen ons al elke nacht achter de slangen staan, maar ja, er is tenslotte maar één baas aan boord en achteraf is het ook wel goed een getrainde brandploeg te hebben. De eerste dagen hoorden of zagen we niets van het bordje, maar wat was het geval …………… De Kapitein had het ergens onderin de machinekamer verstopt, waar bijna niemand kwam. Maar dat werd wel even gauw verholpen, en de komende dagen werd het om de haverklap gevonden, op de meest voorkomende plaatsen waar je het eigenlijk niet kon mislopen. Na zo’n vier keer in de week een brandalarm te hebben meegemaakt (ook ‘s nachts als je net van wacht lekker lag te pitten) begonnen er hier en daar toch wat zachte protesten te klinken. Er werd bij de bemanning overlegd en uiteindelijk dachten we er iets op gevonden te hebben. Er werd afgesproken dat de eerstvolgende die dat “onding” zou vinden, het vervolgens een “zeer uitgelezen” bestemming zou geven. Zo kon het gebeuren dat twee dagen (‘s nachts om half drie) brandalarm werd gegeven, en de brandhaard gelokaliseerd was bij de hut van de “Ouwe”. Het bordje hing mooi aan zijn hutdeur en de Stuurmansleerling die het had gevonden, kon niets anders dan alarm slaan. Binnen vijf minuten was iedereen op de plek des onheils, slangen uit, deur open en toen draaide iemand (dat was eigenlijk de bedoeling niet, maar tot op de dag van vandaag weten we nog steeds niet wie dat geweest is) de kraan open. Drie dagen zijn de bedienden bezig geweest de hut een beetje droog te krijgen, terwijl de kleren van de Kapitein hoog aan de lijn hingen te drogen. Er is niet gestraft, maar het bordje hebben we nooit meer gezien!
 
 
Jan den Heijer
Oud KRL-Kabelgast - Baarn.