background
affiche nederlands indie
Van het eerste zeilschip

het eerste zeilschip

Tot en met het laatste vrachtschip

het laatste vrachtschip
facebook forum
Een taxi kan toch echt niet varen !

 

Het gebeurde te Singapore. Op oudejaarsavond 1957 waren we met twee goepen jongens aan het stappen en zwierven aan de wal uit. De twee groepen kwamen elkaar om middernacht weer in de Bugis Street tegen, want we hadden meer dorst dan vaderlandsliefde.

Om ongeveer 04.00 uur hadden Jan Bos en ik er wel een beetje genoeg van, ik zat nog met Jan aan een tafeltje, de rest was al lang terug naar boord. Jan zei tegen me: “ik heb er genoeg van” ik ga ook terug naar het schip, ik besloot ook mee terug te gaan dus zochten we een taxi op, een kleine Ford Perfect die ons naar de haven bracht. We zaten net in de taxi toen het heel hard begon te regenen, een tropisch buitje, je kent dat wel ……. je ziet geen hand voor ogen. Dus Jan zei we laten die chauffeur een pasje halen dan mag hij tot de gangway rijden en komen we lekker droog aan boord. Tot zover ging alles goed tot op het haventerrein, de taxichauffeur was daar vreemd en door de hevige regen was het zicht zeer slecht, door de regen heen zag de taxichauffeur in de verte een geel licht branden en dacht dat onze gangwayverlichting was, maar hij wist niet dat er nog een haven tussen de taxi en het licht was en dus reed hij zo met een rotgang de haven in. De kade was ongeveer 2 meter hoog. Terwijl hij rechtsaf had moeten afslaan reed hij dus rechtdoor. Enfin, ik sloeg over de voorbank heen en Jan zat klem tussen de voor- en achterbank. Wij waren redelijk dik en zwaar en het autootje redelijk klein.

De chauffeur was er uit gesprongen en had wat geroepen of zo. Ik kroop weer naar de achterbank en Jan ging ook weer zitten. Vroeg Jan aan mij: “Wat zal er gebeurt zijn?” Zeg ik: “Ik denk dat we van een holletje afgereden zijn!”. “Nou”, zegt Jan “dat is dan een flink holletje geweest!”. Terwijl hij dat zei, zeg ik”, “Jan ik krijg natte poten!” riep ik nog. Jan kijkt naar mijn voeten en vervolgens naar buiten en roept; “We zitten in het water ……. we moeten eruit!” De Taxi was tweedeurs …….. dus wij naar voren om uit te stappen. Maar wij kregen de deur niet open. Jan roept: “We gaan door het raampje!”. Ik draai het raampje open om er door naar buiten te kruipen, maar dat ging niet. Ik bleef hangen en moest terug. Jan roept vervolgens: “Jij wringen en ik duw ……… altijd leuk als er ééntje boven komt!”. Nou dat lukte maar op het nippertje, want ik hing door dat raam met mijn hoofd omlaag onder water en zat vast. Ik wilde op het laatste moment ademhalen, maar dat kon niet want we waren al onder water ………. Gelukkig schiet ik en kon toen omhoog. Boven water gekomen, zag ik de chauffeur drijven maar Jan zag ik niet. Er stonden twee militairen op de kade met zaklantarens te schijnen. De chauffeur riep naar mij: “Hey mister where is your friend?”. “He is still in the car!” schreeuwde ik en dook weer diep naar beneden richting taxi, maar kon Jan niet meer vinden. Toen ik weer boven kwam zag ik dat hij zich gelukkig ook in veiligheid had weten te brengen. Zodra de auto vol water was gelopen had hij de deur geopend, maar Jan had het daar onder water wel erg benauwd gekregen. We zijn toen op aanwijzingen van die twee militairen via ingemetselde treden uit het water de kade opgeklommen.

Wij leefden nog lang en gelukkig, tenminste ik wel, Jan is overleden toen hij 52 jaar oud was, terwijl ik bij het schrijven van dit Lloydverhaal 76 jaar ben.

Ton van Haastregt
Handlanger/Olieman