background
affiche nederlands indie
Van het eerste zeilschip

het eerste zeilschip

Tot en met het laatste vrachtschip

het laatste vrachtschip
facebook forum
Schilderwerk

Het ms Mersey Lloyd voer in 1958 heen en weer tussen diverse eilanden van de Filippijnen, een prachtig, altijd erg avontuurlijk, land voor “Jan de Zeeman”. De lading die toen aan boord kwam, was copra (gedroogd kokosnootvlees), die door de havenarbeiders per baal of twee balen aan boord werd gelopen. Je kon er met je pet niet bij hoe die mensen dat volhielden, zo zwaar was dat gesjouw! Je kunt wel nagaan hoe lang het volladen van een groot schip als de Mersey Lloyd ging duren, vooral ook omdat we van het ene naar het andere eiland moesten varen om het schip vol te krijgen. ’s Avonds gingen we natuurlijk de wal op om een gezellig cafeetje uit te zoeken en een “kouwe klets” te nuttigen , meestal had je op die eilanden niet zo “bar” veel keuze, het café was vaak niet meer dan een hut van bamboe en riet, ingericht met wat barkrukken en een aantal dorpsdames ….. natuurlijk dames van lichte zeden! Uiteraard werd er veel gedronken en dan waren er wel eens leuke dingen te beleven.

Zo had ik als Kabelgast aan boord het beheer over o.a de verf die nodig was voor het scheepsonderhoud. Op een zekere avond vroeg een lokale kroegbaas aan mij of ik misschien een beetje verf over had zodat hij de buitenboel wat kon opknappen. “Natuurlijk” zeg ik tegen de man: “Ik kijk wel even voor je!” Nu waren de masten en laadbomen van Lloydschepen rose geverfd, in de hele wereld bekend als “Lipstick rose”, dus daar hadden we aan boord genoeg verf van. Zo gezegd, zo gedaan … een verfblik werd achterover gedrukt en aan de kroegbaas gegeven.

De volgende dag bij het aan dek komen stond er al een aantal opvarenden en bootwerkers naar de wal te wijzen en jawel hoor …… het hele café hadden ze aan de buitenkant in de prachtige kleuren van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd, rose geverfd.
 
Er werd heel wat afgelachen, maar niet door de Kapitein, die wat navraag had gedaan en mij op het matje riep. De Kapitein sprak mij streng toe, maar strafte mij niet, want hij kon uiteindelijk ook wel de humor er van inzien.

Die avond was het groot feest in het “Lloyd-café ” zoals wij de bamboekeet nu noemden. Iedereen was aanwezig inclusief een aantal officieren en het was er weer heel, heel lang gezellig!

A. Ruijs - Dinteloord
Kabelgast van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd