WAT DE REDDING VAN EEN MAN UIT ZEE MET HET ONTSTAAN VAN HET KONINKLIJKE ROTTERDAMSCHE LLOYD MUSEUM HEEFT TE MAKEN .......

Ed van Lierde, grondlegger van het Koninklijke Rotterdamsche Lloyd Museum, heeft zonder op eniger wijze genetisch belast te zijn, tóch op een of andere manier puur zeewater in zijn bloed gekregen. Op 5-jarige leeftijd mocht hij tot zijn groot genoegen jaarlijks logeren bij zijn liefste tante, woonachtig in Kijkduin. Daar heeft Ed (hij werd toen nog Eddy genoemd!) als jongetje van de Brabantse zandgronden, door die jaarlijkse logeerpartijen en een redding van een man uit zee, zijn onvoorwaardelijke liefde voor de zee mogen ervaren.

DE REDDING

Hij kon er niet genoeg van krijgen ....... op een prachtige zomeravond (29 juli 1960) ging "Eddy" voor de derde keer die dag bij de afrit van Kijkduin zwemmen, zijn oom en tante zaten op het terrasje boven op de boulevard toe te kijken hoe hun neef van de zee genoot. Eddy was toen 15 jaar. Wat er toen gebeurde kunt u in beide onderstaande krantenartikelen lezen .......

Artikel aanklikken voor vergroting

 

DE ZEEVAARTSCHOOL WAS ONVERMIJDELIJK

Het is dus niet zo verwonderlijk dat Ed van Lierde, van jongs af aan op zee wilde gaan varen, de wijde wereld in! Na zijn middelbareschool ging onze oprichter in 1962 naar de Hogere Zeevaartschool "De Ruyter" te Vlissingen. En als één van de roemruchte Vlissingse "Blikken" zag hij menig koopvaardijschip vlak langs zijn klaslokaal varen. Daar viel in 1964 de keuze op die prachtige, fris gekleurde schepen van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd. Toen hij ook nog vaststelde dat de KRL lijndiensten over de gehele wereld had, was de keuze voor Ed van Lierde helemaal duidelijk.

 

De Vlissingse zeevaartschool bij storm - 1962

 

VAN ZEE NAAR DE WAL

Na tien jaar varen maakte de grote fusie en dus het verdwijnen van de roemruchte Koninklijke Rotterdamsche Lloyd in 1970 het varen er niet bepaald leuker op. Stukgoedlading maakte plaats voor massaal containervervoer en het varen voor de Nedlloyd aandeelhouder was fundamenteel anders dan het varen voor onze "Mijnheren Ruys". Onze voorzitter hield het varen in 1973 voor gezien en koos, ook omdat toen zijn eerste dochter Natasja was geboren, definitief voor de wal. Richting pensioen ging onvermijdelijk de heimwee naar die vroegere liefde "De Zee" en "De Koninklijke Rotterdamsche Lloyd" en daarmee de nostalgie van het varen weer opspelen.

 

EEN NOSTALGISCH UITSTAPJE

Ed van Lierde en zijn goede vriend, Kees Amsterdam (eveneens oud KRL-Stuurman) besloten in het najaar van 2005 in het Rotterdamse een dagje "Lloydnostalgie" te gaan opsnuiven. Beiden togen goedgemutst, vol verwachting en met gebruikmaking van de NS-60-plus kaart, richting Westelijk randstad. Op het Centraal station van Rotterdam aangekomen, roken de "krasse knarren" het van vroeger bekende, typisch Rotterdamse (Pernis)-luchtje. Na een onvermijdelijk kopje koffie in Café Engels pakten zij de tram richting Maritiem Museum. Tot verbijstering van beide nostalgische-tour-heren was er over onze roemruchte, toonaangevende en geliefde rederij in de dat grote, Rotterdamse Maritieme museum slechts een enkel item te ontdekken.

Deze ervaring deed Ed van Lierde besluiten een specifiek Koninklijke Rotterdamsche Lloyd Museum op te richten. Hij wilde een museum dat recht doet aan de roemruchte geschiedenis van de Rotterdamsche Lloyd en de grote invloed die deze roemruchte scheepvaartmaatschappij op de Nederlandse- en wereldscheepvaart had ....... een museum dat de sfeer van toen laat proeven ....... een museum dat hoofdzakelijk over de mensen gaat die de schepen meer dan een eeuw hebben bemand ....... een museum dat ook (hoe zou het ook anders kunnen!) de sfeer van het geliefde Nederlands Indië uitstraalt.

En zo kon het gebeuren dat de redding van een man uit zee bij Kijkduin mede oorzaak was van het ontstaan van het Koninklijke Rotterdamsche Lloyd Museum!

 

DE TOTSTANDKOMING VAN HET MUSEUM

De weg naar de totstandkoming van het museum was een weg vol nieuwe en wonderlijke ervaringen. Die weg voerde naar het verzamelaarwereldje, naar beurzen en naar diverse Internet koop-/verkoop sites. Tussen aardige- en soms harde verzamelaars en tussen gewiekste handelaren wilde Ed van Lierde zijn Rotterdamsche Lloyd en Koninklijke Rotterdamsche Lloyd stukken zien te bemachtigen. Dat ging aanvankelijk langzaam omdat het inspelen  op de markt veel tijd en geld kostte. Maar ...... na een oproep in de Nedlloyd Pensioenkrant en op de website van de Vereniging KRL/Ruys & Co. gepensioneerden, kreeg het nieuwe museum vele prachtige stukken van oud-personeel en zelfs van oud-passagiers van onze beroemde passagiersschepen (zie bij de index het hoofdstuk: SCHENKINGEN). Tegelijk met het verzamelen van de inhoud daarvan werd in 2006 het "fysieke" museum gebouwd én geopend ...............

 

VAN PRIVE-INITIATIEF TOT STICHTING

Vanaf de opening in het voorjaar van 2006 werd het museum, op afspraak, door vele oud KRL-ers en geïnteresseerden in de scheepvaart bezocht. Hoewel er vanuit Rotterdamse bedrijven/ organisaties interesse was liep de wens van het museum om een locatie in het Rotterdamse te verwerven, dood op de diepe recessie die in de loop van 2008 toesloeg. Om toch op een mogelijke verhuizing naar Rotterdam voorbereid te zijn, werden in 2009 de eerste voorbereiding getroffen om een bredere organisatie namelijk "een stichting" te creëren. De bedoeling was bij een verhuizing naar Rotterdam de particuliere organisatie direct in een stichting om te zetten. Echter, de noodzaak om vóór dat moment al een stichting te worden, werd begin 2010 duidelijk. Om subsidie voor de "Grote Slamatherdenking" in 2011 te kunnen ontvangen werd op 9 juni 2010 de Stichting Koninklijke Rotterdamsche Lloyd Museum een feit.

 

Copyright: KRL-Museum te Oudehorne